Eerste column (op proef) van gastcolumnist mr. drs. Rupert van Riel, onstemd liberaal in ruste

Leeswijzer bij deze column

De hoofdredacteur van deze rechtse ballenbak vroeg mij om periodiek mijn ongezouten visie te spuien op de deplorabele stand van liberaal Nederland. Nou doe ik dat onversaagd en bovenal ongevraagd, dus toen de hoofdredactionele snotneus mij inviteerde tot deze gastcolumn rook ik onraad. Maar ja, de zuigeling geeft mij een podium, dus dat bestijg ik dan terstond. Al was het maar omdat mijn visie meer hout snijdt dan de babybreintjes die De Embryonale Liberaal plegen vol te kwijlen. Iets zegt mij dat binnenkort zo’n laf mailtje mijn digitale brievenbus in glibbert, waarin de hoofdredactionele feut meldt dat mijn visie niet langer wordt geapprecieerd. Maar goed, hierbij serveer ik de liberale zuigzwijntjes mijn eerste en ongetwijfeld laatste column. Want wat waar is dient gezegd en water bij de wijn is voor weekdieren.

 

VVD, REST IN PIECES

De laatste keer dat de VVD op mijn sympathie mocht rekenen was in 2006, toen op de BouwRai, deus ex machina, Rita Verdonk opsteeg als liberalenleider in spe. Beetje onwennig zo’n vrouw , maar met het stuur in de knuisten en de blik op de einder. Bajesbaas, minister van vreemdelingenstop, die kwam hier niet voor kleffe praat. ‘Ik ben niet links, ik ben niet rechts, ik ben recht door zee’. Kijk dat zijn teksten.

Maar ja, de partij gleed al richting putje. Hans Dijkstal, de man die liever saxofoon speelde dan de baas, was door Fortuin overklast en werd opgevolgd door flipperkoning Gerrit Zalm, die laf de luwte van de Kamer zocht en plaats maakte voor Jurk van Aartsen. Vind je het gek dat de partijelite, toen duidelijk werd dat hun verkiezingsexperimentje IJzeren Rita lanceerde, slinks het paadje effende voor woke washand Rutte? Mark Rutte, de man die Nederland aan de rookworst lulde. Waren we vet mee.

De toon was gezet. Mark op de bok en hoppa, zes zetels kwijt in de eerstvolgende verkiezingen. En alsof dat niet genoeg was mocht hij toezien hoe Verdonk bijna 100.000 meer voorkeurstemmen scoorde dan hij. Zijn grijns werd er niet minder om. Rita toonde de ballen om in een café bij het Binnenhof op tafel te springen en alsnog het leiderschap op te eisen. Wiegel en Bolkestein hadden er oren naar, maar de rest van de partijbobo’s beslist niet. Die zaten met glimmende kinnebakken te smikkelen van Marks retorische rookworsten. En zo zou het blijven. Eerst door gebrek aan zwaartekracht omhoog, dan in gezwinde glijvlucht omlaag. Het kon niet uitblijven.

En weet dat ik heb gewaarschuwd. Keer op keer, maar niemand luisterde. Zie hier het droeve lot dat ik deel met miskende zieners als Maurice de Hond en Johan van Veen. Johan van Veen, de grootste Groninger aller tijden. Maar dat zegt jullie argeloze melkmuiltjes natuurlijk helemaal niets. Want het laatste restje patriottisch besef is  kundig weggepoetst in decennia van identitair-egalitaire academia. En dus mag ik nu een column schrijven in dit liberale fabeltjeskrantje, God zij geloofd en geprezen. Totdat die redactieworm zwicht voor jullie bange protestjes. Die ontslagmail, die kan niet uitblijven. Ik gok op morgen.

Mr. drs. Rupert van Riel,
Liberaal in ruste