Feest van democratie?

Morgen is het zo ver, de gemeenteraadsverkiezingen. En juist in tijden van oplaaiend dictatoriaal geweld, worden wij geacht ons kiesrecht te vieren als feest van democratie. En het simpele feit dat wij via ons rode potloodje invloed uitoefenen op ons lokaal bestuur is ook een feestje! Maar heeft onze lokale stem wel enige invloed, en wat te vinden van het fenomeen ‘lokale partijen’? Ik ben verre van expert, maar stel er graag wat vragen bij:

Lokaal is het helemaal
Ons land kent meer dan 800 lokale partijen, een bonte ballenbak aan ideologieën. Vaak ontstaan uit onvrede en wantrouwen richting gevestigde politiek. En doorgaans lichtjes rechts van het midden. Bij de laatste verkiezingen bleek de lokalen goed voor bijna 28% van de gemeentelijke zetels! En ik durf de voorspelling wel aan dat de lokale partijen deze verkiezingen lachend op 35% uitkomen. Waarom?

Wantrouwen
Nou, ik zei al dat de lokaalstemmers de politiek vaak wantrouwen. Dan ga je dus minder snel naar gevestigde middenmerken als het CDA, decennia lang dominant in de lokale verkiezingen. Dit effect wordt versterkt doordat rechtsige landelijke brutalo’s als JA21, BBB en FvD maar beperkt terugkomen op lokale kieslijsten. En ja, als je eerste voorkeur niet op het menu staat, dan ga je heus niet opeens naar een landelijke aartsvijand als PvdA of GroenLinks. Dan liever lokaal. Maar hoe inhoudelijk en hoe gefundeerd zo’n keuze dan is, en wat dan precies het feestje van de democratie is?

Grote broek
Gemeenten krijgen steeds grotere dossiers op hun bordje. De overgehevelde jeugdzorg is daar een mooi voorbeeld van. Maar ook mondiale vraagstukken als klimaatbeleid landen lokaal. Ga d’r maar aan staan als lokale partij, zonder de politieke en wetenschappelijke support die de landelijke partijen bieden. Daar komt bij dat de landelijke partijen staatsteun ontvangen en hun lokale afdelingen daarmee dus versterken, terwijl de lokalen die financiële funding én de partij-interne intelligence die daarmee wordt onderhouden ontberen. Je kunt je dan afvragen waar zij de grote beleidsvragen dan op funderen, toch?

Geen gezeik, iedereen rijk!
Een tsunami aan lokale partijen dus. De keuze is reuze! Een feest van democratie zoals gezegd. Maar wanneer ik als eenvoudige burger wil kiezen voor een partij die mij meer fietspaden, meer groen en gratis yoga in het buurthuis belooft, dan moet ik daar via de gemeentelijke belastingen dus ook het bonnetje voor willen betalen. Want voor niks gaat de zon op en in de combi van betalen en bepalen zit de crux. In die zin is (lokale) politiek in essentie een verdelingsvraagstuk. “Geen gezeik iedereen rijk” zoals De Tegenpartij ooit toeterde, klinkt leuk maar werkt niet. Elke politieke keuze voor meer van dit en minder van dat, draait om de inzet van de belastingkas. Beetje gek dan dat ruim 90% van die gemeentelijk belastingpot uit Den Haag komt. En dat datzelfde Den Haag daar de opdrachten (denk aan de jeugdzorg) meteen bijlevert. Ik mag lokaal dus helemaal niet stemmen over wat we allemaal wel, niet, meer of minder gaan doen in eigen stad. Althans, ik mag wel stemmen, maar heb weinig te kiezen. Dat voelt voor als een relevant onderscheid. Of ben ik nu te somber?

Meer lokale belastingen
Ik krijgt het als liberaal niet eenvoudig de strot uit, maar willen we de lokale verkiezingen echt relevant en echt democratisch maken, dan moeten lokale ingezetenen een veel groter deel bijdragen aan de lokale belastingpot. Dan heeft een partij die ik in de Groninger raad stem immers ook politiek stuur op de lokale beleidskeuzes en -bestedingen. En ja, aangezien democratie wel een feestje is, maar belasting betalen niet, moeten de landelijke belastingen dan dus evenredig omlaag. Het komt uit de lengte of de breedte toch?

Hoe dan ook, ik ga zeker weer stemmen en vier van harte het feest van de democratie. Al was het maar omdat je elk feestje met beide handen moet aangrijpen. Veel stemplezier morgen!

 

Jesse Jacobs

Hoofdredacteur De Jonge Liberaal 2022