Transitie is een melkkrukje

Deze zondagmorgen zaten er twee sprekers bij Buitenhof te bekvechten over de klimaatmars van gisteren, en meer specifiek over ‘schuld en boete’ van het klimaatprobleem. Alhoewel beiden uit de linkse kerk – eentje van de Groene Amsterdammer, de andere een activistische wetenschapper – had de laatste een beduidend accurater idee over schuld en verantwoordelijkheid in klimaatbeleid. Ik wil dit graag gebruiken als ‘segway’ naar een bredere discussie over de schuldvraag in klimaatbeleid. Wie draagt verantwoordelijkheid voor de traagheid in de transitie: de burger, het bedrijf of toch de overheid?

Op de meer marxistische flanken, door de lens van klassenanalyse kijkend, is het antwoord duidelijk, het is de combinatie van overheid en bedrijf. En de burger moet machteloos toekijken. In deze kerk is het de ‘quid pro quo’ samenwerking van lobbyende multinationals en corrupte overheid die de energietransitie tegenhoudt. Dat diezelfde marxistische medemens zelf vaak de meest onhandige plannen voor de transitie heeft (anti nucleair, anti industrie, anti markt), laten we maar even buiten beschouwing. Vanuit dit wereldbeeld is het versnellen van de transitie eenvoudig; zet een regering in het zadel die Shell en kornuiten de deur wijst en die heel Nederland vol wind en zon propt. De bevolking vindt het wel prima.

Wat deze analyse mist, is de fundamentele en soms lelijke realiteit van de representatieve democratie. Een democratische overheid bestaat niet om macht uit te oefenen in het vermeende belang van het volk, maar om de wil van dat volk te representeren. Ofwel, de politiek verandert pas als de burger/consument dat wil. ‘Belang’ en ‘wil’, komen lang niet altijd overeen helaas. Baudet heeft het daar nogal eens moeilijk mee. En al helemaal niet als het over lange termijnbelangen gaat. Mensen zijn doorgaans slecht in het wegen van kosten en baten, die zich pas decennia verder manifesteren, zeker wanneer de kosten in het heden vooraf gaan aan baten op de langere termijn (in de energietransitie zelfs pas voorbij 2050).

Kijk naar de subsidie die nog steeds naar de fossiele industrie gaat. Glasgow viel ons daar afgelopen week nog op aan. Alhoewel ik als liberaal moeite heb met dergelijke praktijken, want het blijft gewoon verkapt staatskapitalisme, zie ik ook wel dat dit niet een vuil dealtje uit de oude politiek is, in een achterkamertje bedisseld tussen overheid en Shell of KLM, om zich subversief tegen de wil van het volk te verzetten. Het volk heeft baat bij de korte termijnvoordelen van dergelijke subsidies. Geen BTW op kerosine, geen belastingen op vliegtickets, dit soort regelingen verlagen vandaag al de prijs voor de consument. In andere woorden, dit is niet alleen bedrijfsbelang, maar net zo goed electoraal belang, voortkomend uit de democratische representativiteit. Als dit soort praktijken op den duur moeten verdwijnen, waar liberalen zich achter scharen, dan moet de burger dus haar gedrag aanpassen en meer voorop gaan in de strijd.

Op het moment dat we de burger compleet buiten schot laten, vergeten we waar democratie echt om draait, en lopen we kansen mis. Het fossiele onderscheid tussen producent en consument vervaagt op gebied van de energietransitie. Kijk naar ‘prosumers’, consumenten van energie die het ook zelf produceren via zonnepanelen en terug leveren aan het elektriciteitsnet. Het is een voorbeeld van de burger die zelf initiatief neemt om duurzamer te leven en daarmee de duurzaamheid van de energiemarkt als geheel beïnvloedt.

Dit betekent niet dat de overheid geen rol heeft in het stimuleren hiervan. Het voorbeeldgedrag van voornoemde prosumer is immers mogelijk gemaakt door de salderingsregeling. Lees, overheidshandelen. Maar we moeten het paard niet achter de wagen spannen. De wil van de burger kan gefaciliteerd en zelfs enigszins gestuurd worden door middel van regelingen, maar dat betekent niet dat die wil niet meer leidend is voor het bepalen van beleid.

Bedrijf, burger en overheid zijn niet drie afzonderlijke entiteiten wier belangen compleet los van elkaar staan. Als we een dergelijke driedeling accepteren, ga je uitspraken horen zoals vanochtend in Buitenhof: ‘’De top 100 bedrijven stoten veel meer CO2 uit dan alle andere uitstoters bij elkaar’. Daar ligt de schuld, en dus ook de oplossing.” Nogal wiedes vriend, komt dat misschien omdat ze meer klandizie hebben dan al die andere uitstoters bij elkaar? Cynische en vrij zinloze sentimenten worden in het leven geroepen als je individuele handelingscapaciteit ontkent en alles op het bordje schuift van de grote ver-van-het-bed politiek of bedrijfsleven. Het leidt ertoe dat de burger afhaakt en het allemaal maar overlaat aan bedrijf en overheid, en daarmee de laatste twee (beide natuurlijkerwijze gedreven door de wil van klant en kiezer) compleet demotiveert om nog iets te ondernemen. Het transitievraagstuk in zichzelf is uiterst complex, maar in termen van verantwoordelijkheid is het tamelijk simpel. Transitie is als zo’n driepotig melkkrukje. Haal er een poot onderuit en je lazert in de modder.

 

Jesse Jacobs

Hoofredacteur De Jonge Liberaal 2021