Kwaad en erger deel 2

Afgelopen dinsdagnacht was het eindelijk zover, het lang verwachtte debat tussen voormalig vicepresident Joe Biden en president Donald Trump. Uw verslaggever was extra lang opgebleven, om notities te maken van de meest opvallende gebeurtenissen van deze confrontatie. En een confrontatie mag het genoemd worden, hetgeen in geval van Trump geen verrassing mag heten. Er waren zes onderwerpen bedacht: het hooggerechtshof, Covid-19, de economische crash, rassenproblematiek en rellen, de integriteit van de verkiezingen en de track record van beide kandidaten. De onderwerpen bleken voor de kemphanen vooral handige frames voor persoonlijke aanvallen. Niet zozeer handvatten om beider argumenten nog eens naast elkaar te zetten.

Biden had een duidelijke strategie waar hij zich niet vanaf liet brengen en was retorisch lang niet zo incapabel als we hem de afgelopen maanden vaak zagen. Hij liet duidelijk zien dat Trump niet serieus kan worden genomen (‘this man is a clown’) en bleef hameren op de 200.000 doden die onder of juist door Trump’s coronabeleid vielen. Anders dan in 2016 kon Trump nu niet de rol van politiek buitenstaander innemen. En dat viel extra op wanneer hij claims maakte als dat onder Biden als president minstens 2 miljoen doden zouden zijn gevallen. Trump claimt kortom de statuur van een geslaagd president, maar gedraagt zich als moddergooiende oppositie. Een moeizame combi.

Dat Biden goed overkwam heeft zeker te maken met de lage verwachtingen op dat punt.  Bovendien werd hij zeer geholpen door het feit dat Trump hem voortdurend onderbrak. Bijna elke keer dat de voormalig vicepresident over zijn woorden begon te struikelen en zijn verstrooide kant liet zien, gebruikte Trump de adempauze voor pesterige interruptie, waardoor de  schade voor Biden beperkt bleef. Dit wil niet zeggen dat Biden geen slechte momenten had. Zo legde hij de schuld voor de economische recessie bij Trump’s lockdown, maar bekritiseerde hij later in het debat wel staten die te vroeg open gingen. Maar in de grote lijn zagen wij weinig ‘typisch Biden’ uitschieters.

Trump had eveneens een duidelijke strategie. Enerzijds moest hij Biden afschilderen als iemand die corona nóg slechter zou hebben getackeld vanwege zijn onwilligheid om de handel met China op slot te zetten. Anderzijds probeerde hij Biden weg te zetten als iemand die de controle heeft verloren over zijn eigen partij. Meerdere keren probeerde hij het beeld te wekken dat Biden naar de populistisch linkse flank  van de Democratische partij wordt getrokken. Om deze beschuldiging kracht bij te zetten, herinnerde Trump het publiek eraan dat Biden met slechts een kleine marge de nominatie van Bernie Sanders had gewonnen.

Toen de discussie aankwam bij de rellen, zagen we inderdaad dat Biden moeite had met uitspraken omtrent ‘law and order’. Ook paste hij de inmiddels cliché-verdediging toe, dat Antifa slechts een idee is en geen officiële organisatie, en dat we ons daar dus geen zorgen over hoeven te maken. Een belachelijk argument, waarmee  je haast elke gewelddadige beweging ter wereld zou kunnen excuseren. Het gekke is dat Joe Biden als bestuurder nooit vies was van strenge wetshandhaving. En hij benoemde niet voor niets hardline-procureurgeneraal Kamala Harris tot running mate. Geen enkele reden zou je denken om deze onderwerpen nu uit de weg te gaan.

Maar Trump heeft natuurlijk wel gelijk als hij zegt dat de moderne Democrats een afkeer hebben ontwikkeld voor politie en handhaving. Biden’s omzichtige optreden lijkt daarvan inderdaad een resultaat.

Los van enkele aardige ‘oneliners’ en de haast humoristische momenten waarin Biden het debat tussen Trump en de moderator leek te moeten bemiddelen, was het een inhoudsarm spektakel. Beide kandidaten hebben op het gebied van concrete visies en plannen eigenlijk niets op tafel gelegd  en al hun spreektijd verstookt aan kinderlijk persoonlijke aanvallen en ‘what ifs’. De indeling van het debat qua onderwerpen en gespreksleiding, gaat hierbij trouwens ook niet vrijuit.

Al met al wijst ook dit debat maar weer op de gebrekkigheid van het tweepartijenstelsel, waarover wij onlangs spraken op deze website. Het blijft in de Verenigde Staten vooralsnog kiezen tussen kwaad en erger.

 

Jesse Jacobs

Hoofdredacteur De Jonge Liberaal 2020