Kiezen tussen kwaad en erger

Sinds de Republikeinse partij in 1854 werd opgericht met Abraham Lincoln als eerste presidentskandidaat, kent de Verenigde Staten de facto een tweepartijenstelsel. Tot aan de tweede wereldoorlog was de Democratische Partij er vooral om stem te geven aan het agrarische, expansionistische en conservatieve Zuiden, terwijl de Republikeinen stonden voor het geïndustrialiseerde, op vrije handel gerichte isolationistische Noorden. Inmiddels zijn die rollen weliswaar gedraaid, maar het gebrek aan keuze blijft. De verkiezingen van 2016 en ook die van aanstaande november zetten het probleem van zo’n binair systeem weer eens fel in het licht.

In 2016 koos Amerika (en de rest van de wereld met hen) niet vóór de kandidaat die ze wilden maar tégen de kandidaat die ze niet wilden. En nu is het weer raak, met de keuze tussen een narcistische leugenaar en een oudgediende wiens retorische en cognitieve vermogens niet meer je dat zijn. Los van deze persoonlijkheden is het voor een liberaal ook beleidsmatig trouwens lastig kiezen. Trump is een economisch nationalist die vrijhandel diep verafschuwt en alle productiviteit binnen eigen grenzen wil slepen (zie het afschaffen van de North American Free Trade Agreement in 2018, of zijn zinloze handelsoorlog tegen China). Daar staat Biden tegenover die een steeds grotere staatsinvloed niet schuwt en die de autoritaire ex-procureurgeneraal Kamala Harris als running mate heeft. En aangezien Biden meermaals heeft gezegd dat hij Trump wil verslaan, om vervolgens de fakkel door te geven aan de jongere generatie, gaat die fakkel waarschijnlijk naar Harris. Met alle gevolgen van dien.

Hoe dan ook dreigt wederom de keuze tussen kwaad en erger, simpelweg omdat er geen andere opties lijken. Toch kent de VS wel degelijk andere partijen, zoals Modern Whig Party, American Independence Party, Prohibition Party, Green party of de Constitutional Party, om maar wat te noemen. Van deze partijen is de Green Party een partij in de groei, maar als linkse versie van The Democratic Party gaat die de tweepartijen-impasse niet doorbreken. Het antwoord zit hem wat mij betreft in de nummer drie van de VS, de Libertarian Party.

Momenteel is het gezicht van de Libertariërs ene Jo Jorgensen, professor in industriële psychologie met ervaring in campagne voeren voor het Huis van Afgevaardigden en het vicepresidentschap. Haar programma omvat drastische inkorting van overheidsbemoeienis op allerlei fronten. Zo wil ze een einde maken aan buitenlandse oorlogen, de zinloze strijd tegen drugs waardoor de VS de hoogste gevangenispopulatie ter wereld heeft en het verwijderen van handelstarieven die de Amerikaanse boeren pijnigen. Een programma waar de Republikeinen van voor de oorlog zich niet slecht bij hadden gevoeld, namelijk de gezonde elementen van isolationisme gecombineerd met goede handelsrelaties. Hoe anders dan de Republikeinen van vandaag, die steeds meer neigen naar economisch nationalisme, waar het abstracte idee van de arbeider uit een autofabriek in het middenwesten centraal staat en waar vrije handelsverdragen verklaard vijand zijn.

Voorlopig zijn de Libertariërs natuurlijk nog mijlen verwijderd van electorale overwinning, maar ze groeien sinds 2008 wel van 0,4% van de stemmen naar 3,3%. Niet niks. Ze komen kortom langzaam in het vizier van de Amerikaanse kiezer. Tel daarbij op dat de Democraten en Republikeinen nu al twee keer ondermaatse kandidaten leverden. Een verdere stijging in stemmen kan de Libertariërs in elk geval wat zetels in het huis van afgevaardigden opleveren, wat hen bij volgende verkiezingen aantrekkelijker zal maken. Zelfs liberalen die niet overtuigd zijn van het idealistische gedachtegoed van de Libertariërs, moeten op den duur inzien dat het  tweepartijenstelsel van vandaag blijft leiden tot kiezen tussen kwaad en erger. Een gebrek aan competitie en een gebrek aan kwaliteit zijn immers inherent verbonden.

 

Jesse Jacobs

Hoofdredacteur De Jonge Liberaal Groningen 2020

NB: Dit artikel is op 1 september 2020 integraal doorgeplaatst in het Dagblad van het Noorden