Weg met de Redskins?

Om te beginnen, mijn complimenten aan De Jonge Liberaal, die afgelopen maanden even kritisch als beheerst schrijft over het racismedebat. Al is ‘debat’ een wat vreemde term voor de volkswoede waarin argument en rede verdampen in het ziedende vuur van het afgedwongen eigen gelijk.

Dat leidt op zich tot komische situaties waarin wij hartje zomer weer de degens kruisen over Zwarte Piet, of waar – wat verder van huis – een achtenswaardige krant als The New York Times aankondigt het woord ‘zwart’ voortaan in kapitalen te gaan schrijven. Waarom? Wat we daar mee opschieten? Ik vraag het mij al niet meer af.

Totdat ik vanochtend in de Volkskrant zie hoe de voorzitter van het activistische American Indian College Fund, Cheryl Crazy Bull (nomen est omen?) trots vertelt hoe haar niet aflatende aanval op sponsors van football club Washington Redskins er nu toe leiden dat de club haar naam moet veranderen. Na bijna negentig jaar trotse clubhistorie, gaat een van de oudste American Footbalteams door de knieën. Tot grote vreugde van Cheryl, die haar pijlen nu richt op de Kansas City Chiefs en de Chicago Blackhawks. Ook na herlezing van het artikel kan ik er geen soep van koken.

Cheryll Crazy Bull kennelijk wel, en daar gaat het maar om. Crazy Bull, blijkt overigens eigenlijk Tatanka Ganashkhkiya te heten. Een welluidende achternaam die later letterlijk vertaald is naar Crazy Bull. Ik zou onverdund trots zijn op zo’n heldhaftige achternaam, maar vraag me af waarom Cheryl niet al lang haar eigen achternaam heeft geskipt. Geen last van in het dagelijks leven? Vernietiging van eigen herkenbaarheid? Angst voor de rompslomp van zo’n naamswijziging? Als je meent dat Washington Redskins en Atlanta Braves vervangen moeten omdat ze ‘ronduit racistisch en kwetsend’ zijn voor de oorspronkelijke bewoners van de VS, dan is Crazy Bull wel een dingetje, toch? De Atlanta Braves proberen ondertussen hun gedwongen naamswijziging af te wenden met de laffe belofte dat ze de ‘Tomahawk chop’ zullen verbieden in hun stadion. Die aanmoedigingskreet gaat gepaard met een gebaar gemaakt dat verwijst naar de strijdbijl. Dat kan natuurlijk niet.

Clubmerken als Braves en Redskins werden in de jaren dertig bedacht omdat ze trots, kracht en winnaarsmentaliteit uitstraalden. En dat doen ze ook! Zonder te suggereren dat ik mij als witte (dat woord schrijft The Times niet in kapitalen overigens) Hollander (ook geen lieverdjes daar in de USA) kan verplaatsen in de positie van de inheemse Amerikaan – je wordt voort minder op de publieke brandstapel gezet -, zou ik dergelijke power brands juist voelen als ruggensteuntje tegen de vervagende positie van de inheemse burger. Maar Cheryl heeft onderzoek dat aangeeft dat dergelijke namen ‘het zelfbeeld van inheemse jongeren verder kunnen schaden’. Ja, dan moet een kleine eeuw merkhistorie, hoppakee bij het grofvuil natuurlijk. En daarmee een krachtige ode aan een roemrijk verleden van de oorspronkelijke bewoners. Dat is pas ‘vervagende positie’.

Dat de Indianen – dat woord kom ik nergens meer tegen bij Cheryl, dus wellicht staat dat inmiddels ook op de zwarte (?) lijst – in de Amerikaanse samenleving gemarginaliseerd worden, lijkt mij een feit. En dat we er alles aan moeten doen om dat probleem te agenderen en vooral te tackelen idem. Dat vraagt iets van onze eigen attitude, bedrijfsleven en beleid.  Maar of je dat bereikt door verwijzingen naar het eigen verleden uit ons collectieve taaldomein te skippen?

Ik hou nu al mijn hart vast trouwens voor onze eigen Amsterdam Admirals. Iets met de VOC of zo?

Dat leidt op zich tot komische situaties waarin wij hartje zomer weer de degens kruisen over Zwarte Piet, of waar – wat verder van huis – een achtenswaardige krant als The New York Times aankondigt het woord ‘zwart’ voortaan in kapitalen te gaan schrijven. Waarom? Wat we daar mee opschieten? Ik vraag het mij al niet meer af.

Totdat ik vanochtend in de Volkskrant zie hoe de voorzitter van het activistische American Indian College Fund, Cheryl Crazy Bull (nomen est omen?) trots vertelt hoe haar niet aflatende aanval op sponsors van football club Washington Redskins er nu toe leiden dat de club haar naam moet veranderen. Na bijna negentig jaar trotse clubhistorie, gaat een van de oudste American Footbalteams door de knieën. Tot grote vreugde van Cheryl, die haar pijlen nu richt op de Kansas City Chiefs en de Chicago Blackhawks. Ook na herlezing van het artikel kan ik er geen soep van koken.

Cheryll Crazy Bull kennelijk wel, en daar gaat het maar om. Crazy Bull, blijkt overigens eigenlijk Tatanka Ganashkhkiya te heten. Een welluidende achternaam die later letterlijk vertaald is naar Crazy Bull. Ik zou onverdund trots zijn op zo’n heldhaftige achternaam, maar vraag me af waarom Cheryl niet al lang haar eigen achternaam heeft geskipt. Geen last van in het dagelijks leven? Vernietiging van eigen herkenbaarheid? Angst voor de rompslomp van zo’n naamswijziging? Als je meent dat Washington Redskins en Atlanta Braves vervangen moeten omdat ze ‘ronduit racistisch en kwetsend’ zijn voor de oorspronkelijke bewoners van de VS, dan is Crazy Bull wel een dingetje, toch? De Atlanta Braves proberen ondertussen hun gedwongen naamswijziging af te wenden met de laffe belofte dat ze de ‘Tomahawk chop’ zullen verbieden in hun stadion. Die aanmoedigingskreet gaat gepaard met een gebaar gemaakt dat verwijst naar de strijdbijl. Dat kan natuurlijk niet.

Clubmerken als Braves en Redskins werden in de jaren dertig bedacht omdat ze trots, kracht en winnaarsmentaliteit uitstraalden. En dat doen ze ook! Zonder te suggereren dat ik mij als witte (dat woord schrijft The Times niet in kapitalen overigens) Hollander (ook geen lieverdjes daar in de USA) kan verplaatsen in de positie van de inheemse Amerikaan – je wordt voort minder op de publieke brandstapel gezet -, zou ik dergelijke power brands juist voelen als ruggensteuntje tegen de vervagende positie van de inheemse burger. Maar Cheryl heeft onderzoek dat aangeeft dat dergelijke namen ‘het zelfbeeld van inheemse jongeren verder kunnen schaden’. Ja, dan moet een kleine eeuw merkhistorie, hoppakee bij het grofvuil natuurlijk. En daarmee een krachtige ode aan een roemrijk verleden van de oorspronkelijke bewoners. Dat is pas ‘vervagende positie’.

Dat de Indianen – dat woord kom ik nergens meer tegen bij Cheryl, dus wellicht staat dat inmiddels ook op de zwarte (?) lijst – in de Amerikaanse samenleving gemarginaliseerd worden, lijkt mij een feit. En dat we er alles aan moeten doen om dat probleem te agenderen en vooral te tackelen idem. Dat vraagt iets van onze eigen attitude, bedrijfsleven en beleid.  Maar of je dat bereikt door verwijzingen naar het eigen verleden uit ons collectieve taaldomein te skippen?

Ik hou nu al mijn hart vast trouwens voor onze eigen Amsterdam Admirals. Iets met de VOC of zo?

 

Marnix Gulpen

Gastauteur