Minder stikstof, meer protesten en minder Schouten

Afgelopen week stond weer in het teken van onvrede, polarisatie en protesterende boeren. Dit als gevolg van de ministeriële regeling van minister Schouten. Deze regeling stelt dat het ruw eiwitgehalte in aangekochte veevoeders voor melkvee wordt gemaximaliseerd om te voldoen aan de habitatrichtlijnen van de Europese Unie. Door de regeling zal de uitstoot van ammoniak met 0,2 kTon gereduceerd worden. Dit zorgt ervoor dat 75.000 woningen gebouwd kunnen worden en zeven grote infra-projecten van start kunnen. Goed voor de bouw en voor het woningtekort, maar ook goed voor de boeren?

Om die vraag te beantwoorden gaan we terug naar mei 2019. De Raad van State oordeelde dat de PAS (pragmatische aanpak stikstof) ongeldig is. De sinds 2015 verleende PAS-vergunningen aan agrarische bedrijven en bouwprojecten smolten hierdoor als sneeuw voor de zon. Het kabinet moest met een andere oplossing komen om te voldoen aan de richtlijnen van de Europese Unie. Onder richtlijnen wordt verstaan: Europese vogelrichtlijn 1979, Europese nitraatrichtlijn 1991, Europese habitatrichtlijn 1992. Voor het jaar 2020 zijn een drietal maatregelen genomen die ervoor moeten zorgen dat Nederland voldoet aan de richtlijnen: De verlaging van de maximum snelheid naar 100 km/h, de warme sanering van de varkenshouderij en het terugdringen van het eiwit in veevoer.

Het reduceren van eiwit in het veevoer brengt veel weerstand met zich mee. Toeterende trekkers, geblokkeerde snelwegen en ander polariserend gedrag; het is aan de orde van de dag. Dus eiwit, wat doet het nu precies? Eiwitten uit veevoer worden door de koe omgezet in aminozuren en ammoniak. De koe gebruikt aminozuren voor verschillende stofwisselingsprocessen: Het maken van eiwitten die worden gebruikt als bouwstenen, het maken van melkeiwitten die in de koemelk zitten. De hoeveelheid ammoniak die vrijkomt bij dit proces is afhankelijk van de benutting van het eiwit. Hoe beter het eiwit benut wordt hoe minder uitstoot. De benutting van het eiwit is voor het ministerie nagenoeg onmogelijk te controleren in de gehele sector. Er is daarom gekozen om het eiwit in aangekochte veevoeders te verlagen. Dit is juridisch houdbaar en heeft aantoonbaar op hexagoon-niveau effect. Dit zijn twee eisen die de Raad van State heeft gesteld aan de nieuwe regeling, zoals deze nu staat.

De regeling gaat om het maximaliseren van de hoeveelheid eiwit in aangekochte veevoeders. Dus geen verbod op het aankopen van eiwit. Veel brok (samenstellingen van verschillende voedingsstoffen, samengeperst in een voerbrok) zijn voor veehouders nog te verkrijgen. Verder zijn er nog verschillende uitzonderingen gemaakt voor voeders die nog wel aangekocht mogen worden. De boeren hoeven daar niet blij van te worden, de uitzondering zijn nagenoeg onmogelijk in te passen in een compleet rantsoen. Haal je als melkveehouder veel voedingsstoffen van eigen land, dan is de kans groot dat je weinig last zult hebben van deze regeling. Ben je als melkveehouder intensief, dus veel melkkoeien en weinig land? Dan is de kans groot dat je niet heel blij wordt van deze regeling. Als producent in de primaire sector, als begin van de schakel is het ook niet handig om geen grondstoffen te kunnen leveren zonder afhankelijk te zijn van anderen. Melkveehouders kopen reststromen in en zetten deze om in melk en vlees. Niet verkeerd, maar veel melkveehouders zijn er afhankelijk van en laten we eerlijk zijn, vanuit een bedrijfskundig perspectief is dit altijd een verliezende tactiek. Een goudmijn kan ook niet overleven door zijn goud weg te halen bij een kringloopwinkel.

Komt de diergezondheid in gevaar door deze regeling? Ook hier is veel discussie over en wordt veelal aangedragen als argument. Minister Schouten heeft rekening gehouden met gevallen waarbij de eiwitvoorziening dusdanig laag wordt dat de diergezondheid in het gedrang komt. Deze gevallen kunnen een uitzondering aanvragen, waardoor ze niet hoeven de vrezen voor ernstige gezondheidsproblemen. Jongvee wordt in deze regeling ook beperkt in de eiwitvoorziening. Het eiwit wordt door het jongvee gebruikt om te groeien en zich te ontwikkelen tot een hoogwaardige melkkoe. Op de lange termijn zal dit zeker gevolgen met zich mee kunnen brengen. Door het plots veranderen van een rantsoen zullen er verliezen optreden in de productie van melk en in de gezondheid van de veestapel. Hoe de regeling precies uit zal pakken op het niveau van diergezondheid en vanuit een bedrijfseconomisch perspectief zal per melkveehouder en per melkveebedrijf verschillen.

De regeling creëert voor veel melkveehouders een ongunstige situatie. Zij zien minister Schouten voornamelijk als veroorzaker van deze situatie. Volledig terecht is dit echter niet. Het invoeren van het PAS-systeem en de afspraken die zijn gemaakt in Europa zijn de voornaamste oorzaak van de ellende waar de sector en de rest van Nederland nu inzit. Minister Schouten zou wel meer draagvlak kunnen creëren voor haar beleid onder melkveehouders. De vraag is echter wel of dit ooit zal lukken. Ook de agrarische sector zal meer open moeten staan voor verandering en de toekomst. Veelal wordt in een bubbel geleefd, waarin bepaalde aannames worden gemaakt die binnen deze bubbel als waarheid worden geschouwd. Elke lobbyclub die naar Den Haag gaat komt terug met hetzelfde persbericht ‘het ministerie wil niks’. Melkveehouders hebben de afgelopen decennia veel ruimte gekregen om te groeien en te intensiveren. Het is de agrarische sector gelukt het 2e grootste exporterende land van agrarische producten te worden. Hier mogen ze trots op zijn en hier is Nederland ook trots op.

De sector zal zich even over deze maatregel heen moeten zetten. De regeling duurt vier maanden en laten we hopen dat er dan nieuwe duidelijke regelgeving is, waardoor de sector een duidelijk doel heeft om de komende decennia weer vooruit te kunnen. Tot slot zullen we ons als Nederland af moeten vragen in hoeverre we het zouden moeten toelaten dat de Europese Unie zich bemoeit met bepaalde regelgeving zonder dat onze soevereiniteit wordt aangetast. Dat er stevige veranderingen komen in de agrarische sector is iniedergeval duidelijk. Rapporten, zoals die van de commissie Remkes dragen hier onder andere aan bij.
Tom Boer

Bestuurslid Politieke Scholing JOVD Groningen 2020