Identiteit, het gevecht om erkenning

Identiteitspolitiek is een vaak gebruikte, maar enigszins vage term, die nogal eens gebruikt wordt binnen de politieke filosofie. Dit politieke fenomeen ontstaat wanneer groeperingen, die zich benadeeld voelen door de samenleving, zich rondom dit gedeelde ongenoegen mobiliseren. Zo hebben vrouwen #MeToo en zwarte mensen Black Lives Matter. Een probleem met dergelijke groepsvorming, is dat het leidt tot een vorm van essentialisme, waarbij we ervaringen en verlangens gaan koppelen aan individuen, vanwege het feit dat ze tot een bepaalde identiteitsgroep behoren. Zo vertellen linkse partijen aan vrouwen dat ze een quotum nodig hebben en aan allochtonen dat ze betere representatie in de rechtspraak moeten hebben. Voor beide groepen vrij generaliserend . Populistisch rechts hamert er intussen op dat de ‘Nederlander’ groot gevaar loopt vanwege Islamisering en dat er een oorlog tegen onze cultuur woedt. En alhoewel identiteit slechts een middel is voor populisten om hun macht te consolideren, slagen ze er telkens weer in om de harten van hun toehoorders te veroveren. Kan identiteitspolitiek dan niet overwonnen worden? Francis Fukuyama legt uit, hoe de liberale democratie deze identitaire bewegingen kan overleven.

In zijn nieuwe boek ‘Identity’, legt Fukuyama uit dat de stijging in identiteitspolitiek niet verbazingwekkend is. Sterker nog, het is haast onvermijdelijk dat een liberale democratie uiteindelijk deze neigingen ontwikkelt. Elk mens heeft volgens Fukuyama namelijk een behoefte aan Thymos, het gedeelte van de ziel dat erkenning en status verlangt. Thymos splitst zich op in isothemia (een behoefte aan respect en waardigheid) en megalothymia, een verlangen om als superieur te worden gezien. Een liberale democratie zoals Nederland, maakt het mogelijk voor diegenen met ambitie, om erkenning te bemachtigen door hun productiviteit. Dus wat betreft isothemia, kan een liberaal/meritocratisch land zijn burgers voorzien van een zekere hoeveelheid erkenning en status. Ook levert liberalisme een gezonde portie megalothymia op, door mensen te motiveren om een beter en succesvoller mens te worden. Het probleem begint bij diegenen die door toenemende globalisering niet meer kunnen bijblijven, maar intussen wel zien hoe anderen boven ze uitstijgen. Deze mensen krijgen dan vervolgens te horen dat ze niet bijblijven omdat ze niet genoeg bijdragen en dus minder uit het systeem krijgen. De implicatie van de ‘meritocratie’, geeft de achterblijvers een nog sterker gevoel van onderwaardering. Een (relatieve) achteruitgang dus.

Volgens Fukuyama ligt de ontevredenheid voornamelijk bij deze zogenaamde ‘relatieve armoede’. Als niemand enige erkenning van zijn of haar waardigheid zou ervaren, dan zou de ontevredenheid nog enigszins binnen de perken blijven. Maar in een liberale samenleving is status en erkenning onevenredig verdeeld, waardoor velen zich (relatief) ondergewaardeerd voelen. Hierdoor krijgen de achterblijvenden het idee dat het systeem waarin ze leven, hun intrinsieke waarde niet voldoende erkent.

Politieke leiders maken behendig gebruik van de ontevredenheid, dit zagen we in de geschiedenis al met het socialistische Oostblok, Venezuela en Cuba. Op deze plekken maakten populistische leiders de arbeiders wijs dat de liberale democratie en de vrije markt, niet genoeg waardering gaf aan de arbeidersklasse. Hier gaat het dus om de isothemia, Fukuyama benadrukt het gevaar van dergelijk (onschuldig ogend) empathisch links populisme. Op de rechterflank zien we ook zo’n fenomeen, alleen draait het dan meer om cultuur. De rechts-populisten benadrukken voortdurend het idee dat onze cultuur onder vuur ligt. Politici zoals Baudet of Wilders, hebben de inheemse Nederlander als primaire doelgroep uitgekozen, met als doel om op hun beide thymia’s  in te spelen. Niet alleen hoort deze doelgroep naar hun zeggen tot een uitzonderlijke en nobele cultuur, maar deze cultuur wordt ook nog eens bedreigt door externe invloeden zoals massa-immigratie en globalisme.

Volgens Fukuyama komt er onder geen omstandigheid een einde aan de thymia’s die de voeding van identiteitspolitiek vormen. Er zal altijd een enorme drang zijn om erkenning en status te vergaren, een mens zal zichzelf dus ook altijd vergelijken met zijn omgeving om die erkenning te bevestigen. Sluwe leiders zullen altijd een manier vinden om op een dergelijke identiteitscrisis in te spelen. Het is volgens Fukuyama dan ook geen kwestie van afdoen met identiteitspolitiek, maar eerder een oproep om identiteitspolitiek, als die toch een fact of life is,  op een verbindende manier toe te passen. Als identiteit als maar kan worden opgesplitst in steeds kleinere facties, dan is het ook mogelijk om het juist breder te maken, zodat mèèr mensen onder dezelfde identiteit vallen. De cultuur die dat het best facilieert is volgens Fukuyama de liberaal-democratische cultuur zoals we die kennen in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en in Nederland. Dit betekent dat het democratisch bestel (heerschappij van het volk) en liberalisme (vrije markt, erkenning van individualisme), de overkoepelende identiteit wordt van de maatschappij. Fukuyama wil dan ook dat we het liberaal-democratische bestel als meer dan een systeem gaan zien. Het zal een gedeelte van de Nederlandse cultuur moeten worden, als we het als een identiteit willen gaan zien.

Fukuyama’s conclusie is zowel optimistisch als pessimistisch. Enerzijds komen we volgens hem niet van identiteitspolitiek af, anderzijds kan het als een middel tegen zichzelf gebruikt worden. Identity is een aanrader voor iedereen die zich wil verdiepen in het mechanisme en de effecten van identiteitspolitiek. Kritiekpunt is wat mij betreft zijn haast wat naïef-idealistische conclusie dat wij ons collectief onder de liberaal-democratische identiteit zouden kunnen gaan scharen. Te veel burgers vinden zichzelf in oppositie tegen het liberaal-democratische bestel. Hoe we dit systeem als een ‘identiteit’ aan deze vervreemde mensen kunnen verkopen, is na het lezen van het boek nog niet duidelijk.  Het is een gedachte die ik niet onaangenaam zou vinden, maar daarmee nog niet voor de hand liggend.

 

Francis Fukuyama

‘Identity’

Profile Books (2019)

●●●οο

Jesse Jacobs

Hoofdredacteur De Jonge Liberaal 2020