De Obesitas van de ‘Big Tech’

 

Of je nou ondernemer, burger of campagnevoerend politicus bent, je komt er niet onderuit. We zijn allemaal afhankelijk van sociale media als Facebook, YouTube en Twitter. De big socials worden dagelijks belangrijker voor marketing en communicatie. Zowel voor de bezoeker, voor wie deze  platforms een nieuwsbron zijn, als voor degene die ze juist gebruikt als publieke etalage. De platforms zijn uitgegroeid van handige sociale appjes, tot fundamenten van onze sociale infrastructuur. En zoals dat gaat met infrastructuur: je maakt er gebruik van, of je gaat off-road en bijt in het stof. De grote meerderheid kiest uiteraard voor het eerste. De ‘big socials’ realiseerden zodoende een enorme impact op het publieke, en dus ook het politieke discours.

Inmenging in het politiek discours
In de aanloop naar de Europese verkiezingen werden de campagneaccounts van UKIP-voormannen Carl Benjamin en Tommy Robinson van Twitter gehaald, beiden bekend om hun felle anti-immigratieretoriek. Zij zouden met hun ‘misinformatie’ Twitter’s terms of service hebben overschreden. Een merkwaardige inconsistentie, aangezien Twitter tot dan politici redelijk vrij baan gaf. Politiek heeft nou eenmaal een scherp randje hier of daar. En scherp randjes zijn al snel nieuwswaardig. Voor wie het nog weet, de reden dat Twitter zijn regels rond zogenaamde misinformatie zo aanscherpte, was om verdere (lees: Russische) inmenging in de verkiezingen tegen te gaan. Klinkt valide misschien, maar het voelt vreemd dat Twitter met deze nobele zelfcensuur, EU-parlementskandidaten het zwijgen oplegt. Een maatregel die ik persoonlijk beschouw als grotere inmenging in ons democratisch proces, dan een in gemankeerd Engels geschreven tweet uit een Russische trollenstal.

Tulsi Gabbard , een van de kandidaten voor het Amerikaans presidentschap heeft in juni Google aangeklaagd. De beschuldiging was dat Google haar campagnewebsite zes uur lang van het web gehaald had, vlak na een belangrijk debat. Hierdoor konden miljoenen mensen die Gabbard net op de televisie zagen niet bij haar website. Waarmee ze ook de nodige donaties misliep. Nogal wat negatieve invloed op haar campagne dus. Gabbard eiste maar liefst vijftig miljoen dollar, maar het kwaad was al geschied, het handelen van Google had de campagne al onherstelbaar aangetast, los van de hoeveelheid dollars die je daaraan wilt knopen.

Iets soortgelijks zagen we recent op Facebook, met controversiële figuren als Alex Jones, Louis Farrakhan, Paul Joseph Watson en Milo Yiannapolous. De eerste verklaarde de schietpartij in Sandy Hook tot fake news, en Farrakhan geldt als notoir antisemiet, dus tja… Maar Watson en Yiannapoulous? Die hielden zich keurig aan de regels van Facebook. Alleen bleek Watson bij  dezelfde outlet werkzaam als Alex Jones, en deelt Yiannapolous sommige politieke waarden met Watson. Dus dan gooi je hun accounts ook maar dicht, niet waar? Een zuiver staaltje van schuld door associatie, zou ik denken! Vergelijkbare scenario’s zien we ook op YouTube, waar een nieuwe ‘Adpocalypse zich aandiende: adverteerders die wegblijven van vermeend verwerpelijke YouTubekanalen. Ook hier zijn vooral de kanalen die afwijken van ‘mainstream links’ de klos.

Nou is het niet het mediaal muilkorven van rechts, waar ik tegen ageer. Ook linkse kanalen en journalisten worden door deze ‘bans’ geraakt. De kern is dat een steeds groter deel van ons democratische discours plaatsvindt op sociale media. Dan moeten die media zich dus verre houden van eigen politieke voorkeuren of censuur op vermeende politieke onwenselijkheden. Maar vandaag de dag is dergelijke zelfbeheersing bij de sociale platformen ver te zoeken. Ze slaan links en vooral rechts om zich heen, in een wanhopige poging om haat en misinformatie tegen te gaan. Het resultaat? Conversaties worden ruw verbroken, visies verdwijnen en de vrijheid van meningsuiting wordt met steeds grotere voeten getreden. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Platform of uitgever?

Wat kan een liberaal hier tegen doen? Niet zo veel, zou je denken. Zuckerberg runt een private onderneming en mag helemaal zelf beslissen welke content hij doorgeeft of weigert. Vrijheid van meningsuiting is de zorgplicht van de overheid, niet van de ondernemer.  Er is echter wel een liberale rechtvaardiging voor het opbreken van deze mediagiganten. En om politiek discours vrij te houden, moet die aangegrepen worden.

In de VS, waar vrijwel alle ‘big socials’ opgroeiden, en nog steeds hun hoofdkwartieren hebben, geldt een juridisch verschil tussen platform en uitgever. Een uitgever als CNN of The New York Times, is verantwoordelijk voor mogelijk lasterlijke uitspraken van haar editors. Een platform, zoals YouTube, wiens content komt van ontelbare onbetaalde platformgebruikers, is dat niet. YouTube is geen uitgever. Het is precies dat voordeel dat ervoor zorgt dat Facebook, YouTube en Twitter veel goedkoper (gratis content), grootschaliger (in alle talen van haar gebruikers) en vrijer (niet verantwoordelijk voor de content) kunnen werken dan uitgevers. Zonder deze vrijheid en immuniteit zou hun bedrijfsmodel geen dag overleven.

Dit juridische steuntje in de rug is ooit aan platformen toegekend in de vorm van artikel 230 van de Communications act en de uitspraak van de Supreme Court in 1994. Hierin werd platforms juridische immuniteit gegarandeerd voor uitingen van hun gebruikers, op voorwaarde dat de websites een objectieve houding tonen in het afdwingen van hun ‘terms of service’. Dit betekent dat een platform zich niet als uitgever mag gedragen door er bijvoorbeeld een politieke kleur op na te houden. Deze eisen zijn alleen nooit écht hard gemaakt en nooit écht gehandhaafd. Vandaar dat genoemde bans al lang geen incidenten meer zijn, maar dagelijkse praktijk.

Hoogste tijd voor liberalen om in te zetten op het afdwingen van neutraliteit en toegankelijkheid  bij platforms als Facebook, Twitter en YouTube. Het is volstrekt legitiem én liberaal om sociale media te dwingen tot een existentiële keuze: je bent ofwel een uitgeefonderneming die aansprakelijk is voor de eigen content, of je bent een neutraal en open access sociaal platform, zonder uitsluiting van jou onwelgevallige geluiden. Allebei tegelijk is van twee walletjes eten, en dat leidt vroeger of later tot ongezonde obesitas.

Jesse Jacobs

Redactie JOVD Groningen 2019-2020