Aftrekken, die Studieschuld

 

Beste lezer,

 

Het debat omtrent het leenstelstel is laatst helemaal open komen te liggen. Dit komt omdat er onderzoeken zijn uitgekomen die ons vertellen dat het zo echt niet verder kan. Het begrip studieschuld schrikt te veel studenten af en leidt tot verhoogde studiestress in wat voor velen een wilde periode van excessieve zelfontplooiing had moeten zijn. Deze onderzoeken zijn dermate hard binnengekomen dat er nu een Kamermeerderheid op zoek is naar manieren om het leenstelsel uit te faseren.

Een probleempje is dat niemand het eens is over een alternatief: veel opties zijn te drastisch en dwingen de overheid enorme bedragen in een klap op te hoesten, omdat de studenten die tussen de twee regelingen in vallen compensatie willen. Geef ze eens ongelijk. De vraag rijst echter wat een elegante manier zou zijn om de schuldenberg van studenten direct in te perken. Bijkomende vereiste is de term studieschuld te vervangen door iets dat sexyer klinkt en minder afschrik wekt.

De gedachte achter het leenstelsel

Als je iets wilt vervangen moet je eerst weten waarom het er in de eerste plaats was. Het niet stellen van de waarom vraag is waarschijnlijk exact wat misging bij het vormgeven van het sociaal leenstelsel. Want waarom krijgen studenten eigenlijk geld van de overheid?

Je kunt denken dat dit zo is omdat de overheid studeren ziet als iets dat het leven van de mensen verrijkt, en we in een soort heilstaat leven waarin ieders volheid van leven een publieke taak is. Dit is echter faliekant onjuist: in de echte wereld moet er voor geld gewoon gewerkt worden en wie dat niet wil zal niet eten (2 Thessalonicenzen 3:10). Wie werkt er dan eigenlijk voor het geld dat de studentjes uitgekeerd krijgen?

Precies die vraag is de hoeksteen van het sociaal leenstelsel: men vindt het oneerlijk dat Henk en Ingrid betalen voor de opleiding van het Nederlandse rijkeluiskroos. Ze betalen het maar zelf!

De studentjes betaalden het echter al zelf. Het is namelijk zo dat de overheid het financieren van studenten alleen kon rechtvaardigen met de verwachtte maatschappelijke opbrengst van deze hoogopgeleide koppen. Dit zou zich vervolgens vertalen naar voldoende extra belastingafdracht om de volgende generatie naar de universiteit te sturen. En zo geschiedde.

Dubbele lasten 

Deze goede deal is met het sociaal leenstelsel geschonden. Tegenwoordig leveren studenten dubbel in voor hun studietijd: èn een hap belasting èn een hoge schuld. Een schuld die de student heeft moeten maken om tot zijn huidige belastte inkomen te komen. De vraag of er dan wel iets voor jezelf overblijft weerhoudt velen ervan de universiteit aan te doen. En dat kan anders.

Het is namelijk helemaal niet zo gek om de èn-èn op te heffen. Het is helemaal niet nodig om belasting te betalen over het geld dat je gebruikt om je studieschuld af te lossen. Dat geld is zelfs erg lastig als inkomen te zien, want studeren is een investering in jezelf. Zoals een ondernemer de btw op aankopen voor de zaak mag aftrekken, zo zouden afgestudeerden dan ook hun aflossing op de studieschuld mogen aftrekken. Eenzelfde vlieger gaat immers in beide gevallen op: Het zijn kosten gemaakt om nu meer waarde bij te dragen aan de maatschappij dan zonder die investering. Wat er daarna overblijft, dát belasten ze maar.

Geen gift, maar een investering

Ten gevolge zal de netto studieschuld met 36,65 tot 51,75 procent dalen. Dit zijn namelijk de belastingtarieven van laag tot hoog. Zo heeft de student die 1000€ leent daar een uiteindelijke studiebeurs aan van maximaal 517,50€. Dit lijkt misschien gratis geld, maar het is in feite de eigen toekomstige belastingafdracht waarvan men leeft in de studietijd. Daarbij levert deze constructie studenten een prikkel op om na hun studie veel belasting te betalen: Beland je in de hoogste belastingschijf, dan is je studieschuld effectief het laagst.

Waar dit soort geprikkel bij de economisch sputterenden wel eens averechts uitwerkt, zou hiervan bij de studerende klasse geen sprake mogen wezen. Dit zijn immers de mensen met de meeste mogelijkheden en levenslust. Toegepast op de universitairen is een positieve prikkel zomaar een economische vetpot voor de BV Nederland: een hoogopgeleide massa die met deze impuls staat te popelen om keihard te arbeiden. Geen slappe anarchisten meer die pandjes kraken, maar harde werkers die dingen bewerkstelligen waar anderen een goede duit voor over hebben. Dat is nog eens een streven voor de student die wil dat zijn studieschuld verlaagd wordt.

Aan de moeilijkheidsgraad voor minister Hoekstra zal het niet liggen, het idee om de aflossing van de studieschuld aftrekbaar te maken zou een eitje moeten wezen. Aftrekposten zijn er al genoeg, nog één zal de fiscus weinig papierwerk mogen kosten. De fiscus zal vragen hoe hij de cijfers voor deze nieuwe post moet berekenen en u verwijst hem door naar DUO, de instantie die de aftrekpost int. En klaar is Wopke.

Ten slotte stuurt Wopke nog iemand langs DUO om de studieschuld een andere naam te geven. Schuld, dat klonk immers zo slecht dat het woord studie ook zuur ging klinken. Aftrekpost heeft daarentegen een andere klank. Wie houdt er nou niet van aftrekken? Het bovengenoemde plan zou voldoende grond bieden om onze schuld om te dopen tot een aftrekpost wat, zeg nou zelf, lekkerder klinkt. Laat DUO daarom onze studieschuld omdopen tot studieaftrekpost en we kunnen weer fijn gaan werken met zijn allen.

Dat het moge lonen!

Pieter Bas van Zuijlekom