Frank Sinatra – hoe een zanger een politiek figuur werd

Deze week is het twintig jaar geleden dat een van ’s werelds grootste musici overleed: Frank Sinatra. Maar The Voice, die wordt herinnerd voor muziek als My Way, Fly me to the Moon en New York, New York was meer dan een zanger. Uiteraard waren er de vermeende connecties met de Amerikaanse maffia, maar Sinatra had ook een duidelijke mening over de politieke waan van alledag en kon haast wanneer hij dit wilde het Witte Huis binnenlopen. Een blik op het politieke leven van een invloedrijke man die nooit politicus werd.

Het democratische leven van Sinatra

Frank Sinatra werd geboren in een Democratisch nest. Zijn moeder had een hoge functie in de lokale Democratische partij en was een zeer liberale visie toegedaan. Niet verrassend is daarom dat hij in 1944 betrokken was bij de campagne voor de zittende Democratische president Franklin D. Roosevelt. In die tijd was Sinatra een beginnend acteur en meer gevestigd zanger (het was het begin van de zogeheten Sinatramania). Tijdens een toespraak voor een zaal vol Democratische kiezers kreeg hij de vraag of politiek kleur bekennen niet gevaarlijk was voor zijn carrière in de showbusiness. “To hell with this career,”1 sprak hij, “Government is more important.” Enkele dagen later werd Roosevelt voor de vierde keer herkozen.

Zijn carrière in de muziek en de film groeide gestaag. Zijn band met de Democratische partij verloor hij daarbij niet en ook zijn politieke invloed bleef. In 1945 braken op Froebel High School in Gary, Indiana stakingen uit onder blanke studenten die tegen het gelijkheidsbeleid van het nieuwe schoolhoofd waren. De burgemeester van Gary zocht contact met Frank Sinatra, die zijn populariteit gebruikte om de staking te beëindigen.2 Drie jaar later was Sinatra betrokken bij de  campagne voor Truman zoals hij voor Roosevelt had gedaan en deed hetzelfde voor Adlai Stevenson die tweemaal onsuccesvol tegenover Dwight D. Eisenhower stond.

John F. Kennedy

In 1960 kreeg Sinatra een rol in de campagne van zijn vriend John F. Kennedy. Kennedy en Sinatra spraken elkaar regelmatig en hij nodigde Kennedy geregeld uit voor feestjes in Las Vegas en Hollywood, waar beide iconen van de vroege jaren zestig zich vermaakten met schaamteloos womanizen – de vraag hoe Kennedy Marilyn Monroe leerde kennen beantwoordt zichzelf. Sinatra maakte een campagnelied voor Kennedy (High Hopes) en liet in zijn slaapkamer een enorm bord ophangen met de tekst ‘JFK slept here’. Toen Kennedy in 1961 werd geïnaugureerd als president organiseerde Sinatra zijn inauguratiebal, samen met Rat Pack medelid Peter Lawford. Er werd gekscherend beweerd dat Sinatra Kennedy wilde zijn en dat Kennedy Sinatra wilde zijn. In zekere zin was dat ook waar: Sinatra zocht de politieke erkenning die Kennedy in Washington had gekregen terwijl Kennedy zich wilde laven in de glamour van het leven van Sinatra.3

Toen Kennedy eenmaal goed en wel in het Witte Huis zat ging het mis tussen beide heren. In 1962 lag Sinatra onder vuur vanwege zijn vermeende contacten met de georganiseerde misdaad. Robert Kennedy (de broer van JFK) had Sinatra nooit helemaal vertrouwd en greep de negatieve publiciteit aan om, samen met een aantal spindoctors, Sinatra en JFK uit elkaar te drijven. Kennedy distantieerde zich meer en meer van Sinatra, die zeer verbolgen was toen Kennedy tijdens een bezoek aan Palm Springs besloot te overnachten bij Bing Crosby (bekend van zijn Republikeinse sympathieën) terwijl Sinatra voor die gelegenheid een fortuin in beveiliging en voorzieningen had geïnvesteerd – volgens overlevering begon Sinatra het helikopterplatform aan gruzelementen te slaan met een moker. Ondanks de bekoelde band was hij wel dagenlang van slag toen JFK in november 1963 werd vermoord.

Een politieke identiteitscrisis

In 1970 verbaasde de van oorsprong Democratische Sinatra vriend en vijand toen hij in de Californische gouverneursverkiezingen kleur bekende voor de Republikeinse kandidaat Ronald Reagan.1 Het was een roerig jaar in de VS met als dieptepunt de Kent State-killings waarbij vier studenten om het leven kwamen toen de Ohio State Guards het vuur op hen openden tijdens een massademonstratie. Sinatra bewoog al enige tijd naar de rechterzijde van het politieke spectrum en de wanorde van 1970 gaf hem het laatste zetje richting het kamp van de Republikeinen. Mogelijk had dit ook iets te maken met het feit dat Reagan dezelfde politieke route had afgelegd: tot 1964 was Reagan lid van de Democraten, maar uit groeiende onvrede over de partijlijn en, zoals hij zelf zei, vanwege tegenwerking die hij ervoer bij het uiten van zijn mening wisselde hij in dat jaar van partij. De verrassing was alleen maar groter omdat Sinatra zich in het verleden afkeurend had uitgelaten over de Reagans, ondanks dat ze al bevriend waren geraakt toen Reagan nog acteur was.5 Sinatra’s ommezwaai was een schok voor de buitenwereld, maar was al wel enige tijd aan de gang.

In 1968 werd Richard Nixon in het Witte Huis gekozen. Nixon wist wat Sinatra voor Kennedy had betekend en wilde hem graag aan zijn kant hebben.6 Hij stelde zich als doel een nauwe band met Sinatra op te bouwen. Dit doel werd alleen maar belangrijker toen Nixon in zijn eerste ambstermijn enkele politieke beschadigingen opliep en in 1971 adviseerde stafchef Haldeman op voorspraak van persoonlijk assistent van de president Charles Colson een persoonlijke ontmoeting tussen Sinatra en Nixon te arrangeren. De medewerkers van Haldeman waren kritisch omdat de geruchten over connecties tussen Sinatra en de georganiseerde misdaad nog steeds hardnekkig aanwezig bleken – de FBI vertrouwde Sinatra al sinds 1940 niet meer en hield hem permanent in de gaten. Haldeman’s medewerkers adviseerden hierom dat de banden tussen de president en Sinatra beperkt moesten worden tot publieke gelegenheden. Het was daarom dat het nooit van persoonlijk contact tussen Sinatra en Nixon is gekomen, maar in 1972 sprak hij zich wel uit voor herverkiezing van Nixon.

De herverkiezing van Ronald Reagan

Terug naar 1970. Sinatra steunde Reagan in zijn campagne om gouverneur van Californië te worden. De oude vriendschap was weer volledig vrij van afkeuringen en het was dan ook niet verwonderlijk dat toen Reagan het lijdend voorwerp was in de Dean Martin Celebrity Roast de beide heren er de grootste lol in hadden om elkaar stevig op de hak te nemen – en vijf jaar later vice versa. Op het Republikeinse partijcongres van 1980 wond Sinatra er geen doekjes om toen hij aangaf een zeer grote supporter te zijn van zijn oude vriend: Ronald Reagan. Reagan werd verkozen tot president en Sinatra organiseerde het bal ter gelegenheid van de inauguratie, zoals hij dat twintig jaar eerder voor Kennedy deed. Het is dan ook niet vreemd dat toen Reagan begin 1981 werd neergeschoten, Sinatra een concert afzegde en naar Washington vloog om de president te bezoeken en dat hij regelmatig optrad in het Witte Huis bij speciale gelegenheden, in het bijzonder  bij staatsbezoeken. Bij een van deze concerten beproefde hij ook de zangkunsten van presidentsvrouw Nancy Reagan in een duet van het nummer To Love A Child.7 Ook werden zijn Italiaanse roots zeer gewaardeerd toen hij optrad voor de Italiaanse president Allesandro Pertini die in 1982 een staatsbezoek aan de VS bracht, een beproefd recept omdat Sinatra in 1973 ook al voor de Italiaanse premier Andreotti had gezongen. De concerten vielen bij beide Italiaanse politici zeer in de smaak.

De Italiaanse president en premier waren slechts twee van de vele staatshoofden en regeringsleiders die door Sinatra werden toegezongen. In 1984 was president Jayewardene een gelukkig man die eindelijk zijn lievelingslied My Way door Sinatra gezongen hoorde worden. Het gemak waarmee Sinatra het Witte Huis binnenliep leverde hem de bijnaam “chairman of the board” op. In 1985 kreeg hij van zijn vriend Ronald Reagan de Presidential Medal of Freedom. Het presidentschap van Reagan was zonder twijfel het politieke hoogtepunt voor Sinatra.

Vlaggen verbranden

In 1988 kwam de tweede ambtstermijn van Reagan tot een eind. George Bush stelde zich kandidaat en kon daarbij op de steun van Sinatra rekenen. In 1989 werd hij geïnaugureerd en kon meteen datzelfde jaar de steun van Sinatra tegemoet zien. Het Hooggerechtshof had geoordeeld dat de Amerikaanse vlag straffeloos verbrand mocht worden. Bush vond de uitspraak een schande en deed meteen een voorstel om de Grondwet te wijzigen. Sinatra stuurde Bush een brief waarin hij Bush verzekerde van zijn steun en hem aanmaande “de Washington, Jefferson en Lincoln van onze tijd te worden”.8 Een amendement op de Grondwet kwam er niet, wel trad een federale wet in werking die het verbranden van de vlag strafbaar stelde. Het Hooggerechtshof was niet onder de indruk en veegde de wet ogenblikkelijk van tafel. De kwestie speelt nog steeds – niet in de laatste plaats omdat Bush twee rechters in het Hooggerechtshof benoemde met beduidend ruimere blikken op vlagverbranding dan hijzelf – maar Bush was verzekerd van de steun van Sinatra.

De laatste president in het leven van Sinatra was Bill Clinton. Sinatra keerde niet terug naar zijn Democratische roots en werd nooit echt close met Clinton. Toen hij op 14 mei 1998 overleed sprak Clinton namens het land door diens leven samen te vatten met de woorden he really did do it his way.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *