Het districtenstelsel: overbrugt het de democratische kloof?

We horen het vaker: de kloof tussen de politiek en de burger groeit. Dat de burger niet gehoord wordt in de Tweede Kamer. Dat men meer invloed wil en dat directe democratie via referenda de oplossing zou zijn. Het klopt dat burgers meer invloed willen uitoefenen, maar volgens een onderzoek van SCP vindt een groot gedeelte van het volk referenda over van alles te ver gaan. Men wil zich ook niet met alle kwesties bemoeien, maar men wil wel meer gehoord worden in het parlement.1 Als referenda niet de oplossing zijn, hoe kunnen wij dan ervoor zorgen dat de kloof tussen de politiek en het volk verkleind wordt? Hoe zorgen wij dat de stem van het volk beter doorklinkt in het parlement? Zou een districtenstelsel een oplossing kunnen zijn? 

Is een districtenstelsel de oplossing?

Een van de oplossingen die we de afgelopen jaren hoorden was het districtenstelsel. Het districtenstelsel heeft een meer regionale focus en dat zou de kloof op moeten lossen.2 Het is ook niet gek dat de afgelopen decennia juist veel CDA’ers met het idee wegliepen.3 Nederland heeft al ervaring met het systeem. Wij hadden een districtenstelsel voor 1917. Zou een invoering van het districtenstelsel de kloof tussen de politiek en het volk overbruggen?

Voor dat wij überhaupt kunnen gaan spreken over een districtenstelsel moeten we scherp krijgen wat het inhoudt. Een districtenstelsel is een kiessysteem waarbij een land in kiesdistricten wordt opgedeeld. Elk district levert één of meerdere afgevaardigden. Vaak wordt een districtenstelsel gecombineerd met een meerderheidsstelsel. Dit houdt in dat een partij de absolute meerderheid of de relatieve van de stemmen moet hebben.4

Het Nederlands districtenstelsel

Tussen 1848 en 1917 werd het parlement verkozen met een districtenstelsel gecombineerd met een meerderheidsstelsel. Een district werd ingedeeld per 45.000 inwoners en moest om de vijf jaar worden herzien, omdat bevolkingsaantallen veranderden.4 Na 1848 begon er in het parlement een discussie te ontstaan. Ruwweg gezegd ging het om de vraag of het parlement de wil van het volk moest dienen of het landsbelang. Het was onderdeel van de aanloop naar de strijd om het algemeen kiesrecht.6 De grondwetswijzigingen van 1887 en 1896 zijn daar producten van. De wijziging van 1887 zorgde voor een vast aantal van honderd zetels in de Tweede Kamer. De wijziging van 1896 zorgde ervoor dat het aantal kiesdistricten gelijk werd getrokken met het aantal zetels. De wijzigingen creëerde een systeem dat gericht was op meer regionale vertegenwoordiging. Met als achterliggende gedachten de klanken van het volk beter door te laten klinken in het parlement.6

Toch was er enige strijd onder de volksvertegenwoordigers of dit wel verstandig was. Zo was er de liberaal Van Hugenpoth, die behoorlijk kritisch was op het districtenstelsel. Hij zag een parlementariër als iemand die het gehele volk moest vertegenwoordigen en niet een bepaalde regio. Hij vond dat Kamerleden niet eens een politiek programma moesten presenteren en dat zij beoordeeld moesten worden op enkel hun daden.6 Van Hugenpoth was van mening, dat er een grote kloof moest zijn tussen de politiek en het volk. Dat het volk maar moest vertrouwen op de hoge heren in Den Haag.

Toch was er een behoefte onder het volk aan meer politieke vertegenwoordiging. Verschillende parlementariërs bekritiseerden opvattingen als die van Van Hugenpoth. Veel parlementariërs zagen dat mensen uit verschillende gebieden verschillende meningen hadden over de nationale kwesties, waardoor zij concludeerde dat een regionale focus essentieel was voor het parlement. Met de grondwetswijzigingen voerde ze het districtenstelsel in. Maar was dit wel de juiste oplossing? Bracht het geen nieuwe problemen met zich mee?

Nederlands eerste hoogleraar vaderlandse geschiedenis Robert Fruin zag dat het nieuwe kiesstelsel problemen met zich meebracht. Fruin zag dat politieke minderheden niet konden doordringen tot het parlement door het districtenstelsel. Uiteindelijk zagen meerdere volksvertegenwoordigers dit en stapte het parlement, bij de invoering van het algemeen kiesrecht, over naar het huidig stelsel van evenredige vertegenwoordiging.6

De voor- en nadelen van het districtenstelsel

Het Nederlandse districtenstelsel kende enkele voor- en nadelen.  Enerzijds een sterkere regionale vertegenwoordiging. Aan de andere kant werden minderheden niet vertegenwoordigd. Te concluderen valt dat de kloof tussen de burger en de bevolking niet werd overbrugd, omdat de meningen van de minderheden niet werden afgespiegeld in het parlement. Toch is de gedachte van meer regionale vertegenwoordiging in het parlement geen gek idee.

Het districtenstelsel van 1917 leek geen oplossing voor het verkleinen van de kloof tussen parlement en burger. Om de voor- en nadelen van een districtenstelsel in zijn huidige tijd te analyseren moeten kijken wat de voor- en nadelen zijn de districtenstelsels van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

In Groot-Brittannië komen door het districtenstelsel minder partijen voor. Hierdoor hoeft de gewonnen partij soms maar met één andere partij te onderhandelen, waardoor het minder lang duurt. Het kan voorkomen dat partijen alleen kunnen regeren, waardoor er geen onderhandelingen nodig zijn. In de Verenigde Staten, met dier twee overmachtige partijen, is dit helemaal het geval. Het voorkomt onvrede bij het volk, die het gevoel hebben dat het te lang duurt voordat er een regering tot stand is gekomen. We zagen deze onvrede afgelopen verkiezingen in Nederland terug, toen zelfs de Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol het te lang vond duren.10

De banden met de regio worden sterker. Parlementariërs zijn, als ze herkozen willen worden, afhankelijker van hun regio en zullen streven om hun belangen beter te vertegenwoordigen. We zien dit in Groot-Brittannië. Daar organiseren parlementariërs wekelijks een spreekuur voor mensen uit hun district. In het spreekuur kan men vragen stellen en zorgen uiten tegen hun volksvertegenwoordiger 11. De regionale binding zorgt ervoor dat de kloof tussen de politiek en het volk kleiner is.

Een districtenstelsel zou ook leiden tot een individualisering van de volksvertegenwoordiger. Deze is minder afhankelijk van diens partij voor een zetel en meer afhankelijk van de regio.12 Hierdoor kunnen ze meer inspelen tijdens verkiezingen op de regionale problemen en kunnen de kiezers makkelijker hem electoraal afstraffen als hij zich hier niet aan houdt. De regio binding verkleint de kloof.

Naast de voordelen die het districtenstelsel met zich meebrengt veroorzaakt het ook problemen.  De tijden mogen zijn veranderd zijn, maar de problemen met het concept districtenstelsel zijn hetzelfde als anderhalve eeuw geleden. De bezwaren die Robert Fruin al eerder aangaf, minderheden worden minder vertegenwoordigd en gebrek aan politiek leven in districten met gevestigde meerderheid, zijn nog steeds geldig (Mark van de Velde, 2013).  Ook is het districtenstelsel vatbaar voor interne versplintering van partijen en ‘’Gerrymandering’’.

Allereerst worden minderheden minder gehoord in een districtenstelsel. Een goed voorbeeld is de Britse partij UKIP, die in verkiezingen van 2015 in het Lagerhuis maar één zetel kreeg terwijl ze 12,6% van de stemmen hadden gekregen. De Conservative Party had 36,9% van de stemmen en kreeg 331 zetels.13 Hieruit valt te concluderen dat het ongelofelijk moeilijk is met een districtenstelsel om als minderheid de politiek te betreden. ‘’The winner takes it all’’ ten koste van de stem van de minderheden. Districten waar een gevestigde meerderheid is raakt de minderheid gedemotiveerd. De politiek leeft hier minder, omdat men ziet dat één partij toch altijd wint.6

Ook zal een districtenstelsel effect hebben op partijen. Als wij kijken naar de Verenigde Staten zien wij dat de grote twee partijen intern versplinterd zijn. Dit komt deels omdat actieve partijleden bij verkiezingen minder partijgebonden zijn en omdat er geïnfiltreerde minderheidsmeningen in kampen binnen de partij zitten informele subfracties binnen gevestigde partijen. De Freedom Causus binnen de Republikeinse Partij is hier een goed voorbeeld van. Ze hebben dertig zetels en verzetten zich regelmatig tegen het beleid van de Republikeinse Partij en president Trump.15. Dit heet sub-party strategy. In een districtenstelsel is het voor politieke minderheden erg moeilijk om door te breken in het parlement en in Amerika al helemaal. Deze minderheden realiseren zich dat het handiger is om de gevestigde partijen te infiltreren en vandaar uit het minderheidsgeluid te laten horen. Wat soms recht tegen het beleid van de politieke partij kan ingaan. 16.

In een stelsel van evenredige vertegenwoordiging zou de Freedom Caucus een zelfstandige partij kunnen zijn, maar met een districtenstelsel is het bijna niet mogelijk. De vraag is of het wenselijk is dat politieke minderheidsbewegingen gevestigde partijen moeten infiltreren. Een parlement zou een afspiegeling moeten zijn van de meningen van de samenleving. Als je deze afspiegeling wilt bewerkstelligen is het onwenselijk dat minderheden omwegen moeten zoeken, zoals sub-party strategy, om hun geluid te laten horen. Het districtenstelsel maakt het minderheden dus moeilijker en versplintert partijen intern.

Als laatste is er ‘’gerrymandering’’. Gerrymandering is kort gezegd een kiesdistrict herindelingen in het voordeel van jou partij. Het herindelen van districten gaat dwars door gemeenschappen heen. Wijken gaan van het ene naar het andere district, waarvan bekend is dat ze op een bepaalde manier stemmen. In een districtenstelsel waarin ‘’’the winner takes it all’’ geldt, kunnen hierdoor verkiezingen gemanipuleerd worden. Ondanks een verbod komt het nog steeds voor in Amerika. 17 Gemanipuleerde districten zijn slecht voor de representativiteit van een parlement.

Is een Nederlands districtenstelsel wenselijk en wat kunnen we er van leren?

Als Nederland een districtenstelsel zou invoeren van vóór 1917, zou dit een onwenselijke verandering van de samenstelling van het parlement betekenen. Zoals we zagen ligt de focus van een districtenstelsel meer op regionale vertegenwoordiging en minder op de vertegenwoordiging van minderheden. De klanken van de regio zijn belangrijk, maar als dat ten koste gaat van de vertegenwoordiging van minderheden vind ik dat niet waard.

Het zal de kloof tussen de politiek en het volk voor de politieke minderheden alleen maar vergroten, omdat ze zich niet meer vertegenwoordigd voelen. Ondervertegenwoordiging geeft een gevoel van machteloosheid, wat afbreuk doet van democratische legitimiteit en vertrouwen in openbare instellingen. 18 Daarom ben ik voor het behoud van het huidige stelsel, maar wel met aanpassingen.

Wij zouden een regionale vertegenwoordiging kunnen inbouwen in ons huidig kiessysteem, waarbij wij de Europese Raad als voorbeeld nemen. In de Europese Raad fungeren de 28 regeringsleiders als vertegenwoordigers van de interesses van hun land op Europees niveau.19

Wij zouden een regio raad in het leven kunnen roepen, waarbij gekozen vertegenwoordiger van verschillende regio’s elk kwartaal bijeenkomen op een top. Op deze top vertegenwoordigen ze de belangen van hun regio. Ze kunnen adviezen uitbrengen met een regionale visie over landelijk politiek beleid en wat de prioriteiten voor de regio zijn. Deze vertegenwoordigers kunnen verkozen worden via het districtenstelsel gecombineerd met een meerderheidsstelsel. Wij zouden tegelijkertijd de Tweede Kamerverkiezingen en de regio raad verkiezingen kunnen houden.

Zo zouden wij de regionale belangen een sterkere stem geven, zonder dat politieke minderheden eronder zouden gaan lijden. Het zou een democratische vernieuwing zijn, die de kloof tussen de politiek en het volk verkleint.

Show 19 footnotes

  1. den Ridder & Dekker, 2015
  2. Fleuren, 2010
  3. Stuk Rood Vlees, 2014
  4. Parlement & Politiek, 2018
  5. Parlement & Politiek, 2018
  6. Mark van de Velde, 2013
  7. Mark van de Velde, 2013
  8. Mark van de Velde, 2013
  9. Mark van de Velde, 2013
  10. Het Parool, 2017
  11. NOS, 2017
  12. Parlement & Politiek, 2018
  13. BBC, 2015
  14. Mark van de Velde, 2013
  15. Focus on America, 2010
  16. Forbes, 2017
  17. USC Annenberg Center, 2018
  18. Beer, 2016
  19. Europa Nu, 2018

image sources

Een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *