Hvem ar hvem i Dansk politik?

Op 16 maart berichtten de Denen op creatieve wijze over de uitkomst van de Nederlandse verkiezingen: in het Nederlands. Onze eigen Åstrid Kerssebøøm en Jååp Jøngbløed reageerden daarop in het Deens met onder andere de toezegging dat we over twee jaar de Deense verkiezingen in het Deens zullen verslaan. Nou hebben we met Borgen al een kijkje in de keuken van de Deense politiek gehad, maar de namen en rugnummers zijn in het echt wat anders. Ter voorbereiding een overzicht van de werking van het Deense staatsbestel en de belangrijkste partijen.

Deense Volksvertegenwoordiging

Borgen is de naam die in de volksmond wordt gegeven aan de Kristiansborg, het paleis waar onder andere de volksvertegenwoordiging (Folketing) en het bureau van de premier (Statsministeriet). De Folketing heeft één kamer met 179 zetels. Tussen 1849 en 1953 vormde de Folketing één van de twee kamers van de Rigsdag. De andere kamer was het Landsting. Deze kamer werd gevuld door de oude landadel. Om in de Folketing te komen moet een partij een kiesdrempel van 2% halen. Dit komt neer op 3,6 zetels. Op dit moment worden deze zetels bekleed door 13 partijen. Voorzitster van de Folketing is Pia Kjærsgaard van Dansk Folkeparti. Zij is de eerste vrouwelijke voorzitster van de Folketing.

De Folketing wordt over het algemeen ingedeeld in twee grote blokken. Links vormt het rode blok en rechts het blauwe blok. Daarnaast zijn er nog enkele zetels die worden bekleed door afgevaardigden van Groenland en de Faeröer-eilanden.

Het rode blok bestaat uit vijf partijen. De grootste is op dit moment Socialdemokraterne onder leiding van Mette Frederiksen. Deze partij is gematigd links en als zodanig vergelijkbaar met de Nederlandse PvdA. Socialdemokraterne is met 47 zetels de grootste partij van het Folketing, maar omdat het rode blok niet voldoende zetels gehaald heeft levert deze partij niet de premier. Enhedslisten – De Rød Grønne is de meest linkse partij van Denemarken met een antikapitalistische signatuur. Met 14 zetels is de partij de tweede van het rode blok. Opmerkelijk is dat de partij zich kenmerkt door collectief leiderschap en dus geen partijleider kent. Deze partij kent geen evenknie in onze Tweede Kamer. De derde speler in het rode blok is met negen zetels Alternativet. Deze partij laat zich vergelijken met GroenLinks. Onder leiding van Uffe Elbæk laat deze partij een groen geluid horen in het rode blok. Radikale Venstre omschrijft zichzelf als een sociaalliberale partij en is als zodanig vergelijkbaar met D66. De partij van acht zetels staat onder leiding van Morten Østergaard. De Socialistik Folkeparti onder leiding van Pia Olsen Dyhr is vergelijkbaar met de SP. Deze partij is met zeven zetels de kleinste partij in het rode blok.

Het blauwe blok bestaat uit vier partijen en Venstre vormde tussen de verkiezingen van 2015 en 28 november 2016 middels de regering met gedoogsteun van Dansk Folkeparti, Det Konservative Folkeparti en Liberal Alliance. Op 28 november 2016 traden Liberal Alliance en Det Konservative Folkeparti toe tot de regering. Dansk Folkeparti blijft in de Folketing gedoogsteun geven.

De grootste partij van het blauwe blok is met 37 zetels Dansk Folkeparti. Deze partij heeft nog het meeste weg van onze Nederlandse PVV. Kristian Thulesen Dahl is de partijleider. De tweede partij is met 34 zetels Venstre van premier Rasmussen. Deze partij is de Deense evenknie van de VVD. De derde partij is met 13 zetels de Liberal Alliance. Deze centrumrechtse partij is nog maar 10 jaar oud en kende een turbulente start met onenigheid en afsplitsingen. Onder leiding van Anders Samuelsen heeft de partij zich herpakt en is zij iets naar rechts opgeschoven, naar een plek die in Nederland tussen het CDA en de VVD in ligt. Det Konservative Folkeparti is een conservatief-liberale partij die het beste te vergelijken is met ons CDA, maar een vergelijking met de Britse Conservative Party is meer op zijn plaats. De partij heeft 6 zetels en heeft al enige tijd last van een gestaag teruglopend zetelaantal, onder andere veroorzaakt door interne onenigheid over de gedoogsteun van Dansk Folkeparti.

De vertegenwoordiging van de overzeese gebiedsdelen Groenland en Faeröer wordt geacht neutraal te zijn. De partijen die hier in zitten kenmerken zich echter door een overwegend sociaaldemocratische signatuur. Alleen in de vertegenwoordiging van de Faeröer-eilanden bevindt zich iemand van andere gezindte: één zetel is voor Tjòðveldi, een republikeinse partij en voorvechter van het separatisme.

De Deense regering

Al twee verkiezingen op rij is het niet de grootste partij die de premier levert: in 2011 werd Venstre (onder leiding van Lars Løkke Rasmussen) de grootste partij, maar de coalitie ging over links. Rasmussen werd buitengesloten en Socialdemokraterne leverde Helle Thorning Schmidt als premier. In 2015 gebeurde precies het omgekeerde: Socialdemokraterne werd de grootste, maar de coalitie ging over rechts en Rasmussen werd weer premier.

Tot november 2016 regeerde Venstre alleen. Deze constructie bleek echter teveel afhankelijk te zijn van steun van andere partijen en in de loop van 2016 dreigden de gedoogpartners hun steun in te trekken. Het kwam tot een akkoord met Det Konservative Folkeparti en Liberal Alliance en een nieuwe, meer stabiele regering trad aan. Met 53 zetels had deze coalitie nog steeds de minderheid Met de gedoogsteun van Dansk Folkeparti (die niet bij de onderhandelingen over de nieuwe regering werd betrokken) kwam de regering op 90 zetels, een buitengewoon krappe meerderheid.

Minderheidskabinetten zijn in Denemarken een relatief gewoon verschijnsel. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Denemarken slechts vier meerderheidskabinetten gekend. Dit maakt wetgeving een ingewikkeld proces waarbij voortdurend moet worden overlegd over compromissen tussen de regering en gedoogpartners of zelfs oppositiepartijen. In de Deense politiek heerst een sterke hang naar samenwerking tussen de verschillende blokken en mede hierdoor staat wetgeving uit de Folketing over het algemeen steviger in de schoenen dan wetgeving uit de meeste andere landen.

In 2019 zijn er weer verkiezingen in Denemarken en wordt het beleid van Rasmussen op de proef gesteld. Zijn regering kenmerkt zich door een streng asielbeleid, meer uitgaven aan defensie en belastingverlagingen. Ook werkt de regering aan een meerjarenplan om de economie te hervormen Tussen nu en 2019 is het aan ons om Deens te leren, zodat wij tegen die tijd ons journaal kunnen verstaan!

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *