De boze burger: een vloedgolf van populisme

In Amerika is Donald Trump ingehuldigd als president. In het Verenigd Koninkrijk heeft de kiezer besloten tot een vertrek uit de EU. In Frankrijk, Duitsland en Nederland stonden populistische partijen hoog in de peilingen en werd door velen gevreesd voor de verkiezingsuitslag. Het populisme lijkt als een vloedgolf over de westerse wereld heen te stromen. De opkomst van het populisme is een wereldwijde ontwikkeling en afgelopen jaar hebben we ook al een aantal gevolgen er van gezien. Waar komt die ontwikkeling vandaan en hoe moeten we deze duiden?

Wat is populisme?

Onder politicologen en historici woedt al enige tijd een discussie over wat populisme nou precies is. Sommigen duiden populisme als een stroming, als jongste loot aan de stam van liberalisme, conservatisme en socialisme. Anderen duiden populisme meer als een stijl van politiek bedrijven, vooral omdat het vaak samen gaat met een andere ideologie. Dit verklaart waarom er zoiets bestaat als links of rechts populisme. Populisme wordt een dunne ideologie genoemd omdat het eigenlijk maar om één punt draait: de tegenstelling tussen het volk en de elite.1 Zich afzetten tegen het establishment is iets wat populisten graag mogen doen. Als een partij beweert de stem van het volk te zijn en zich bedient van uitspraken als “het volk vindt,” of “het volk wil,” zijn dit vrij duidelijke symptomen van populisme. De daadwerkelijke invulling die daar vervolgens aan gegeven wordt is vaak in te delen in termen van links en rechts. Zo is de PVV rechts begonnen en steeds meer naar links geschoven en hoeft over de precieze indeling van de SP niets extra’s meer gezegd te worden.

De band met het volk is iets wat populistische partijen hoog in het vaandel hebben staan. Dat dit soms extreme vormen aanneemt was bijvoorbeeld te zien aan het plan van Geenpeil om van politici levende stemkastjes te maken.2 Maar ook de uitspraak van PVV’er Martin Bosma dat leden alleen maar tussen partijen en het volk staan en dus eigenlijk nodeloos in de weg zitten is een fraai voorbeeld. Populistische partijen zijn vaak de mening toegedaan dat de mening van het volk een homogeen iets is.3 Vergelijkt men dit met een andere partij die erg geïnteresseerd is in volksraadpleging, D66, dan moet men concluderen dat het fundamentele verschil is dat men bij D66 de mening van het volk als een heterogeen iets ziet.

Oorsprong van de vloedgolf

Populisme is iets van alle tijden: al in de tweede eeuw voor Christus bestond er in Rome een politieke groep die zichzelf ‘populares’ noemde en zich afzette tegen de gevestigde orde in Rome. Af en toe, met name in tijden met meer ingewikkelde problematiek die niet zo snel opgelost kan worden, krijgt populisme stevig voet aan de grond. Een oorsprong is lastig aan te wijzen, wel zijn er een aantal factoren in de samenleving waarbij populisme goed gedijt.

Ten eerste is een land besturen ingewikkeld. De politiek neemt besluiten in een wereld waarin alles met alles te maken heeft. In diezelfde wereld heeft ook alles invloed op alles. Dat maakt politiek en bestuur een lastig iets dat niet in een paar woorden te vatten is. Een gecompliceerde zaak, zelfs als alles goed gaat. Maar dat is niet altijd het geval en de samenleving krijgt regelmatig te maken met problematiek die ingewikkeld is en veel nuances kent. Voorbeelden in recente geschiedenis zijn bijvoorbeeld terrorisme en de financiële crisis. In zulke tijden zijn de problemen in de samenleving groot en is aan politici de taak om de problemen aan de maatschappij uit te leggen (en de oplossingen te verkopen). Maar mensen hebben niet altijd behoefte aan uitgebreide antwoorden, men wil vooral graag concreet weten hoe de problemen opgelost gaan worden. Hier komt de populist in beeld, die korte, duidelijke meningen geeft over de problemen in de samenleving en hoe zij opgelost moeten worden. Duidelijk in de zin van het innemen van een standpunt en daarbij niet altijd evenveel rekening houden met de nuances die de problematiek kent. Een voorbeeld hiervan is het aanwijzen van een duidelijke schuldige voor de problematiek waarmee de samenleving te kampen heeft.

Ten tweede, en in het verlengde hiervan, heerst in deze situaties onzekerheid en soms ook angst. Recent bijvoorbeeld over bijvoorbeeld banen of veiligheid. Dit zijn situaties waarin mensen naar de politiek kijken en duidelijke antwoorden willen horen. Populisten geven korte, duidelijke oplossingen en weten mensen er van te overtuigen dat deze daadwerkelijk gaan werken en te stellen dat het volk deze oplossingen altijd al heeft gewild. Wanneer deze oplossingen van dichtbij bekeken worden blijkt de problematiek vaak genuanceerder te liggen en blijken de oplossingen niet altijd evenveel waard te zijn. Dit is een voortvloeisel uit het concept fact-free politics. Dit is politiek bedrijven met voorbijgaan aan de feiten. Dit maakte dat in 2012 de fact-checkers niet van de televisie te slaan waren. Fact free politics bedrijven werd een zware beschuldiging en een standaard op het lijstje met beschuldigingen aan populistische politici. Maar hebben populisten een punt wanneer zij stellen dat politiek niet alleen om feiten draait? Sommigen denken van wel en stellen dat de hedendaagse politiek te ver is doorgeschoten in het vasthouden aan feiten.4 Want is politiek uiteindelijk niet ook voor een deel meningsvorming ten aanzien van hoe men vindt dat de wereld in elkaar zou moeten zitten?

Een zijstap: populisten in de geschiedenis

Bij populisten wordt, met name op rechts, nog al eens de vergelijking met het Derde Rijk getrokken. In het bijzonder de vergelijking die in 2011 in College Tour gemaakt werd tussen Wilders en Hitler.5 Deze vergelijking is historisch niet juist omdat Wilders stelt de mening van het volk te vertegenwoordigen terwijl Hitler het volk juist als een inherent domme entiteit zag die niet in staat was zichzelf te besturen en daarom sterk leiderschap nodig had.

Maar welke figuren zouden dan wel als populisten gekwalificeerd kunnen worden?  Een van de bekendste populisten uit de naoorlogse politieke geschiedenis is boer Koekoek van de Boerenpartij. Koekoek en zijn partij stelde zich op als protestpartij tegen de gevestigde politiek en deed dat vooral vanwege overheidsbemoeienis met de landbouw.

Verreweg de meest succesvolle populist in de Nederlandse politieke geschiedenis is Pim Fortuyn, die daarbij tegenwoordig nog wat concurrentie ondervindt van Wilders’ PVV. Fortuyn haalde in de peilingen vooral successen vanwege zijn debatten met leiders van gevestigde partijen, in het bijzonder Melkert en Dijkstal. Hij liet hierin duidelijk een andere stijl zien die in de smaak viel bij de kiezer. De moord op Fortuyn bracht de partij uiteindelijk naar 26 zetels.

Sommigen zijn van mening dat ook de Socialistische Partij als populistisch bestempeld kan worden. De SP heeft vooral de neiging om nogal hard te roepen wat in haar ogen het probleem is zonder met een alternatief te komen en haalt met enige regelmaat de wil van het volk van stal, bijvoorbeeld met betrekking tot de nasleep van het Oekraïnereferendum. Maar vroeger had de SP meer radicale standpunten, die naar mate de partij zetels begon te krijgen werden ingeruild voor meer gematigde standpunten. Of de SP als populistisch gekwalificeerd kan worden is een kwestie van smaak, maar om er een protestpartij van te maken is niet heel veel fantasie nodig.

Degene bij wie ieder kenmerk van populisme met weinig moeite terug te vinden is en die ook altijd grif toegegeven heeft populist te zijn is Rita Verdonk. In haar tijd bij ToN draaide haar hele politiek om de tegenstelling tussen volk en elite, speelde zij in op wantrouwen jegens de politiek en omarmde ze de wil van het volk.

Is Nederland gek geworden?

Deze vraag hoor je regelmatig, ook in stellingvorm, als populistische partijen groot worden bij verkiezingen, implicerende dat populisme per definitie fout is. Maar populisme is niet per definitie goed of fout, het is eerder een indicatie van processen en sentimenten in de maatschappij. Sentimenten die wel degelijk bestaan en niet ontkend zouden moeten worden. Dus, is Nederland gek geworden? Misschien. Maar je zou de stelling ook om kunnen draaien en kunnen stellen dat men Nederland gek heeft laten worden omdat het aanpakken van de sentimenten die de populist voeden het gras voor zijn voeten weg maait, maar is nagelaten. Hier ligt ruimte voor andere partijen om iets tegen populisten te doen. Elke partij, elke stroming en elke stijl kent een of meerdere zwakke plekken. Bij het populisme zit er hier een: door te luisteren naar de sentimenten in de samenleving kan de voedingsbodem voor populisten flink worden beperkt.6

Conclusie

Het populisme heeft sinds de LPF weer stevig voet aan de grond gekregen in zowel de Nederlandse politiek als de wereldpolitiek en populistische partijen schieten links en rechts als paddenstoelen uit de grond. 2017 wordt een belangrijk jaar met verkiezingen in vier Europese landen. In Amerika en het Verenigd Koninkrijk zijn de gevolgen van populisme al zichtbaar en de grote vraag die in 2017 beantwoord gaat worden is in hoeverre populisme en zijn gevolgen voor de samenleving zich in 2017 over de regeringen van Europa gaan verspreiden.

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *