Demilitarisatie van de ETA – einde van de strijd voor een vrij Baskenland?

Onlangs leverde de militante Baskische afscheidingsbeweging ETA de wapens in1. Een kleine maand eerder maakte de beweging bekend het geweld af te zweren en haar doelen slechts nog geweldloos na te streven. Dit volgde op het in 2011 door de ETA afgekondigde staakt-het-vuren. Wat heeft de ETA in haar bestaan gedaan, wat zijn haar doelen en waar komt het streven naar een onafhankelijk Baskenland vandaan?

Van dialoog naar geweld – en weer terug

In 1959 werd de ETA opgericht. ETA stond voor Euskadi Ta Askatasuna, wat zich laat vertalen als Baskenland en Vrijheid. Het doel was het oprichten van een vrije Baskische staat, die naast het Spaanse Baskenland ook Frans Baskenland en Navarra zou bestrijken. Naar mate er meer ETA-leden achter de tralies verdwenen werd een ander doel ook dat zij weer achter de tralies vandaan zouden komen. In de eerste jaren richtte de ETA zich voornamelijk tegen de vernietiging van de Baskische cultuur en stelde zij zich vreedzaam op. Dit begon in de jaren zeventig te veranderen. Binnen de ETA ontwikkelden zich twee stromingen: ééntje die haar doelen op politieke wijze wilde bereiken en een andere die een meer gewelddadige koers wilde varen. De militaristische stroming won. Omdat deze stroming het toch wel handig vond een politieke tak te hebben werd in 1978 door de ETA een politieke partij opgericht: Batasuna.

De jaren tachtig werden de bloedigste periode uit het bestaan van de ETA. In 50 jaar doodde de beweging ruim achthonderd mensen, waarvan de meeste in 1980 (180 slachtoffers). Er werden bomaanslagen gepleegd, maar ook gerichte moordaanslagen op Spaanse prominenten. In 1973 vermoordde de ETA Luis Blanco, de beoogde opvolger van dictator Franco. De kans is aanwezig dat de dood van Blanco het democratiseringsproces in Spanje na de dood van Franco heeft versneld. Carlos Navarro volgde Franco uiteindelijk op, maar bleek in zijn pogingen de staatsinrichting volgens Franco te handhaven totaal niet opgewassen tegen de ministers in zijn kabinet. In 1995 werd een plan verijdeld om de Spaanse koning te vermoorden en in datzelfde jaar mislukte een poging tot moord op rechter Jose Maria Aznar. Aznar werd later premier van 1996 tot 2004.

Medewerkers van de Spaanse regering richtten begin jaren tachtig de Grupos Antiterroristas de Liberación (GAL) op. De GAL waren illegale doodseskaders die er op gericht waren om mensen die banden hadden met de ETA te vermoorden.2 De GAL, die voornamelijk in Frankrijk actief waren, vermoordden in vijf jaar 27 mensen, waarvan tien uiteindelijk helemaal niks met de ETA te maken bleken te hebben. Deze periode staat in de Spaanse geschiedschrijving bekend als de Vuile Oorlog.3 Ondanks dat de regering betrokkenheid altijd glashard ontkende werd in de tweede helft van de jaren negentig bekend dat de GAL gefinancierd werden door de Spaanse regering en dat hun bestaan bekend was in de hoogste kringen van de Spaanse politiek. Maar ook de Franse politie was betrokken bij de Vuile Oorlog. Binnen de Franse politie bestond een netwerk genaamd Coquille dat de GAL van informatie voorzag. Het bestaan van de GAL heeft altijd gevoelig gelegen in Spanje. In 1995 werd met één stem verschil besloten tot een parlementaire enquête. Deze leidde in 2000 tot de berechting en veroordeling van vijf oud-leden van de Guardia Civil wegens marteling en moord. De straffen waren niet mals: er werden straffen tot wel 71 jaar cel uitgedeeld.4

Staakt-het-vuren

In maart 2006 kondigde de ETA een staakt-het-vuren af. Premier Zapatero kondigde halverwege dat jaar aan dat de onderhandelingen met de ETA zouden beginnen. Op 30 december schond de ETA haar eigen belofte echter door op het vliegveld van Madrid een bomaanslag te plegen. In de daaropvolgende jaren volgde nog een aantal aanslagen, waaronder in 2007 een aanslag bij de Tour de France. De twee kleine bommen gingen vrijwel ongemerkt af en maakten geen slachtoffers. Het nieuws werd de volgende dag voornamelijk bepaald door het uit de Tour zetten van koploper Rasmussen.

In 2010 kondigde de ETA opnieuw een staakt-het-vuren af. In januari 2011 voorzag de ETA dit staakt-het-vuren van de aantekening dat het dit maal permanent zou zijn. In oktober van dat jaar werd bekend dat de gewelddadige activiteiten definitief waren stopgezet. Premier Zapatero omschreef de gebeurtenissen als een overwinning voor de democratie, het recht en de redelijkheid. Hij werd in december 2011 opgevolgd door de centrumrechtse Mariano Rajoy die afzag van onderhandelingen. Deze lijn hanteert zijn partij al sinds de eerder genoemde Jose Maria Aznar premier was. De ETA hief zichzelf niet op, maar begon zich meer te richten op het bereiken van de idealen op een democratische manier. Op het wereldtoneel werd vrijwel niets meer van de ETA vernomen, totdat de Franse veiligheidsdiensten in september 2016 hun wantrouwen uitspraken over de ontwapening van de ETA, nadat een jaar eerder in Frankrijk vrijwel de gehele ETA-top werd opgepakt. In maart 2017 maakte de ETA bekend dat op 8 april 2017 de ontwapening een feit moest zijn. De beweging had hiervoor een aantal verantwoordelijken aangewezen en op 8 april werden op hun aanwijzing in Frans Baskenland acht wapendepots gevonden en ontruimd.5 Helemaal rustig is men er nog niet onder, de Franse politie vreest dat ETA-activisten wapens hebben begraven en volgens de Spaanse regering hoeven gevangen ETA-leden niet te rekenen op gratie of overplaatsing naar Baskenland. De Spaanse openbaar aanklager  vorderde de wapens op voor forensisch onderzoek in onopgeloste moordzaken en de regering maakte bekend niet te geloven dat de ETA alle wapens heeft ingeleverd.6 De Spaanse regering eist op dit moment algehele opheffing van de ETA en excuses voor het veroorzaakte leed.

Doelstelling van de ETA

De ETA streeft naar een onafhankelijke Baskische staat. Baskenland is historisch gezien nooit een onafhankelijk gebied geweest, maar kon onder de Franse en Spaanse koningen altijd wel op een grote mate van autonomie rekenen. Na de omverwerping van de monarchie in 1931 verkreeg Baskenland korte tijd een nog grotere mate van autonomie. Onder Franco werd deze autonomie echter volledig weggenomen en de inwoners van Baskenland werden onderdrukt. Dit veroorzaakte het momentum in separatistische kringen, wat uiteindelijk culmineerde in de oprichting van de ETA in 1959. In 1978 nam Spanje een nieuwe grondwet aan waarin het land werd onderverdeeld in zeventien autonome regio’s.7 Hier op volgende pogingen van Baskenland om tot een meer onafhankelijke positie te komen mislukten, in het bijzonder het voorstel van de Baskische president Ibarretxe uit 2003. Het voorstel was dat Baskenland en Spanje een Vrije Associatie zouden gaan vormen. Baskenland zou niet onafhankelijk worden van Spanje, maar wel onder meer een eigen wetgeving en vertegenwoordiging in Europa krijgen. Het Baskische parlement keurde het plan goed, maar het Spaanse parlement besloot met grote meerderheid het voorstel te verwerpen.

Conclusie – is het over voor de ETA?

Het gewapende tijdperk van de ETA lijkt voorgoed ten einde. Maar de organisatie heft zichzelf niet op. Het andere doel was namelijk het vrij krijgen van vastzittende leden en sympathisanten. In Spanje en Frankrijk samen zijn dit er ruim 350. Of dat er in zit is maar de vraag, want Spanje weigert te onderhandelen en heeft aangegeven dat vastzittende ETA-leden niet op gunsten hoeven te rekenen. De afronding van het tijdperk van de ETA gaat een lastig proces worden. Zoals menig betrokkene afgelopen periode zei is er een grote, belangrijke stap gezet. Maar het proces is allesbehalve afgerond.

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *