Arno Rutte: “Als ik applaus had gewild was ik wel artiest geworden.”

Siem van Ostaden interviewde Arno Rutte, om eens terug te blikken op de verkiezingen en om vooruit te kijken naar wat er allemaal aan gaat komen. Arno Rutte, geen familie van Mark, zit sinds 2012 in de Tweede Kamer voor de VVD en was daarvoor in Groningen lid van de Gemeenteraad. 

Dit was uw tweede verkiezingscampagne, was het nu makkelijker?
“Het waren mijn eerste verkiezingen als een zittend kamerlid, dat is sowieso heel anders. De vorige keer had ik vooral een eervolle plek en kon ik vanaf een afstand toekijken. Het was toen veel vrijblijvender. Deze keer zijn we een jaar voor de verkiezingen begonnen met een campagne die ook heel anders was dan in het verleden. We zijn afgestapt van de klassieke massacampagne van de afgelopen jaren met grote posters waaruit vooral moest blijken dat de VVD dé partij was om Nederland uit een economische crisis te trekken. Dat hebben we ook gedaan, samen met de PvdA. De VVD staat nog steeds achter alles wat we hebben gedaan. De PvdA stond zelf niet 100% achter hun beslissingen van de regeringsperiode, hoe ga je dat dan ooit van je kiezers verwachten? Ik denk dat dat ons ook onderscheid van de PvdA. We hebben afscheid genomen van de witte jassen en de ballonnen met het VVD-logo en ons echt gericht op de inhoud. We gingen deur aan deur naar mensen toe, niet om de ideeën van de VVD op te dringen maar om te luisteren naar wat er beter kon in de wijk. Juist dat contact met mensen is waar je het als volksvertegenwoordiger voor doet. Ik heb ook overal mijn visitekaartje achtergelaten en iedereen uitgenodigd om hun vragen en opmerkingen te sturen. Je merkt dat mensen dit waarderen en ik heb al verschillende mails mogen ontvangen. De nieuwe manier van campagnevoeren is een stuk intensiever dan de oude manier, maar ik vind dit veel leuker.”

“We hebben heel actief campagne gevoerd en geprobeerd om zoveel mogelijk eigen inhoud te verspreiden. Alleen als we het echt niet konden vermijden reageerden we op andere partijen. Met de nieuwe manier van campagnevoeren hebben we volgens mij veel VVD-stemmers kunnen motiveren. De filmpjes met Mark Rutte en het onlineteam hebben daar, samen met gericht campagne voeren, een belangrijke rol in gespeeld. Verder heb ik op mijn eigen Facebook en Twitter zo veel mogelijk positief nieuws gedeeld. Ik heb de Da Vinci-robot in actie gezien en bezoeken gebracht aan de beste zorgverlener van Nederland. De maanden voor de verkiezingen ben ik continu door Nederland getrokken.”

“De VVD is eigenlijk de enige grote overgebleven volkspartij, mensen uit alle lagen van de bevolking hebben op ons gestemd. We doen dan ook heel erg onze best om zowel online als in Den Haag het gesprek aan te gaan met de mensen.”

Wat had u afgelopen verkiezingen graag anders willen doen?
“Ik ben heel blij met hoe alles is gegaan, in Groningen hebben we een tweede plaats behaald met slechts 160 stemmen verschil. Dat is vooral te danken aan alle vrijwilligers en coördinatoren die hard hebben gewerkt op straat en in de wijk. Het enige wat ik anders had kunnen doen is vooral mijn persoonlijke campagne, pas in november ben ik begonnen met mijn eigen online campagne. Ik denk dat ik mijn boodschap dan nog beter over had kunnen brengen. Wat ik zeker weer zou doen is veel eigen berichten plaatsen. Reageren op anderen is makkelijk maar brengt je nergens. Juist door het vertellen van persoonlijke verhalen komen mensen echt tot leven. Niet iedere VVD’er zit alleen maar op de centen, we zijn er ook voor de goede kant van het leven, maar zonder geld kun je geen leuke dingen doen.”

Hoe gaat u om met kritiek uit de samenleving?
“Wanneer je bij mensen aan de deur bent valt het heel erg mee. Mensen gaan graag met je in gesprek, vooral wanneer je bereid bent om te luisteren. Het is pas wanneer de afstand groter wordt dat je merkt dat ook heel veel mensen niet op de VVD hebben gestemd. Vroeger, toen we nog met witte jassen en ballonnen op de markt stonden, kregen we veel meer negatieve reacties dan nu. Via e-mail en sociale media krijg je heel wat over je heen. Alexander Pechtold gaf laatst ook al aan niet van suiker te zijn. Ik vind dat je heel ver mag gaan in het uiten van je ongenoegen, maar wat niet kan is het oproepen tot gebruiken van fysiek geweld. Fysiek protest laat je wel voelen hoe kwetsbaar je bent. Een protest voor je deur betekent wel dat mensen weten waar je woont.”

Laat u zich bij uw besluitvorming door dit soort acties beïnvloeden?
“Nee. Als woordvoerder gezondheidszorg ben ik heel open over mijn motivatie. De hatelijke reacties die ik soms krijg verscheuren me echt, vooral als je weet waar ik vandaan kom. Wanneer ik dan van van alles word beticht, dan denk je er weleens aan of je je echt zo open moet stellen. Maar ik denk dat juist mijn persoonlijke gedrevenheid ervoor zorgt dat ik mijn best blijf doen om ook deze mensen te raken en hun wantrouwen weg te nemen. Ik geloof niet in struisvogelpolitiek, waarbij je je helemaal gesloten opstelt.”

Hebben lobbyisten nog invloed?
“De zorg heeft heel veel lobbyisten, allemaal hebben ze tegenstrijdige belangen. Dit maakt mijn portefeuille erg interessant, maar wel complex. Landelijk zijn er ongeveer twee miljoen mensen in de zorg werkzaam in allerlei verschillende functies. Ik heb ook veel contact met managers en directeuren, wanneer zij iets willen zijn ze ook gewoon aan het lobbyen. Het is wel erg belangrijk om te weten wat er speelt. De minister heeft een heel ministerie tot haar beschikking bij besluitvorming. Ik moet de regering controleren met een persoonlijk medewerker, een vijfde beleidsmedewerker en een vijfde voorlichter. Het gaat hierbij om miljarden aan overheidsgeld, ik moet dus goed weten wat er speelt. Daarvoor is het belangrijk om de lobbyisten toe te laten, maar ik maak altijd mijn eigen afwegingen. Sommige portefeuillehouders binnen andere partijen dienen wetsvoorstellen in namens een lobbyclub. Dat doe ik nooit, lobbyisten die dat doen krijgen van mij een stevige reactie en bij herhaling hoeven ze me niets meer te sturen. Complexe dossiers zijn vaak niet te ontrafelen zonder hulp van de lobbyisten. Daarom is het belangrijk om in gesprek te blijven met bijvoorbeeld een geneesmiddelenfabrikant die weet hoe je een nieuw geneesmiddel op de markt brengt, zoiets haal je niet uit ambtelijke stukken of de krant.”

Wat mogen we de komende vier jaar van u verwachten?
“Dat is lastig te beantwoorden, ik weet namelijk nog niet of mijn portefeuille hetzelfde blijft. Sommige mensen binnen andere partijen worden helemaal opgerookt door deze portefeuille, het is heel emotioneel, maar ik heb deze portefeuille het liefst. Mijn ambitie is om ervoor te zorgen dat Nederland hét land in Europa gaat worden waar patiënten snel toegang gaan krijgen tot nieuwe medicijnen. Dit is vooral van belang voor de mensen met een erg complexe ziekte. Dit is niet alleen wetenschappelijk en economisch erg interessant, het zou ook de geneesmiddelenprijs moeten verlagen. Ik ontdek hierin ook steeds nieuwe kansen voor Groningen. Verder hoop ik echt dat we het vertrouwen van de Groningers in gaswinning kunnen terugwinnen. Dit is iets wat moet gebeuren samen met de bewoners.”

En daarna? Staat de volgende baan al klaar?
“Daar denk ik nog niet aan. Mensen hebben op mij gestemd omdat ik er vol voor wil gaan. Als ik aan een volgende stap zou gaan denken raak ik mijn aandacht kwijt. Ik leef voor mijn werk, als ik ’s morgens opsta begin ik met het lezen van de knipselkranten en mijn werk gaat heel de dag door. Afspraken, werkbezoeken, noem maar op. De volgende stap komt vanzelf, ik heb tot nu toe altijd werk gevonden.”

Gaat het aankomende parlement een volledige termijn uitzitten?
“De partijen die kans maken staan ver uit elkaar. In het Engelse stelsel had de VVD honderdtwintig zetels gehaald, het probleem van een dergelijk kiesstelsel is dat het leidt tot een zwartwit-beleid. Door het Nederlandse systeem kun je een balans vinden en dat zorgt voor een stabiel land. Je bestuurt een land in het algemeen belang, daar moet je compromissen voor sluiten. Dit is soms wel lastig voor mijn eigen mening, maar uiteindelijk gaat het om mijn rol als volksvertegenwoordiger. Daarvoor moet je soms ook dingen doen die minder sympathiek zijn. Als ik applaus had gewild was ik wel artiest geworden.”

Is dat de reden dat u deel uitmaakt van de band “Harige Harry en de Ladyshavers”? “Hahaha, ik maakte al deel uit van de band voor ik de politiek in ging. Met de band gaat het vooral om de vorm, al moet het ook nog wel een beetje leuk klinken. De politieke arena is soms ook een spel, dat past wel bij me.”

Ontzettend bedankt voor dit gesprek, heeft u nog een advies voor de JOVD’ers?” Blijf je actief mengen in het debat, ook op de taaie onderwerpen zoals pensioen en zorg. Dit zijn juist dé solidariteitsvraagstukken die worden gedomineerd door ouderen. De ouderen van nu hebben vroeger gestreden in een jongerenbeweging voor hun rechten. Nu komen ze op voor de rechten van ouderen, als je je afzijdig houdt zien ze je over het hoofd. Juist hier kunnen jullie als jongeren de verbinding zoeken. Probeer niet alleen op te komen voor je eigenbelang, die standpunten kennen we wel. Ouderen en jongeren kunnen niet zonder elkaar, dat besef lijken we kwijt te raken.”

 

image sources

  • Portret Arno Rutte (VVD): VVD

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *