Brexit VI – Het institutionele conflict dat Brexit heet

Afgelopen jaar heb ik de geschiedenis beschreven van de Britse relatie tot de Europese Unie, van Winston Churchill tot het aantreden van Teresa May. Maar de wereld draait door en sinds 23 juni is ook het Brexit-dossier verder gegaan. De gevolgen variëren van enige aanpassingen in de vorm van chocoladerepen tot een heus institutioneel conflict dat voor de rechter werd uitgevochten. Hoog tijd om de stand van zaken weer eens op een rijtje te zetten.

Een wisseling van de wacht en een institutioneel conflict

Op 13 juli bood David Cameron na een zinderende laatste Prime Minister’s Questions zijn ontslag aan bij de koningin. Hij werd opgevolgd door de voormalige home secretary Teresa May. Haar nieuwe kabinet werd een team van mensen uit beide kampen. Brexit-boegbeeld Boris Johnson kwam op Buitenlandse Zaken (met als gevolg enige kritiek van CNN1) en David Davis op het nieuw gecreëerde ministerie voor Brexitzaken. In oktober gaf May aan dat de onderhandelingen over Brexit in het kader van art. 50 VEU in maart 2017 zouden starten.

Deze toezegging viel niet bij iedereen even goed. Een Britse rechtenstudent startte een crowdfundingactie om de zaak aan het Supreme Court voor te leggen. Centraal stond hierin de vraag hoe de rol van de regering zich verhoudt tot die van het parlement. Meer praktisch: mocht de regering het uittredingsproces starten zonder het parlement te raadplegen? Het Supreme Court was hier duidelijk over: dit kan niet, het parlement moet worden geraadpleegd. Dit volgt uit het staatsrechtelijke beginsel van parliamentary sovereignty: het parlement bezit de hoogste macht. Experts zeiden er al meteen bij dat het onwaarschijnlijk was dat de Brexit-bill tegengehouden zou worden door het parlement. Op 1 februari dit jaar kwam de wet moeiteloos door de Commons.

De wet door de Lords krijgen was minder eenvoudig. De Lords hadden hun bedenkingen bij de positie van EU-ingezetenen die in Groot-Brittannië wonen. Deze groep was volgens hen onvoldoende beschermd en een amendement volgde, dat met een flinke meerderheid door de Lords werd aangenomen. Dit kwam de Lords op flinke kritiek te staan. Vanuit het Brexit-kamp werden zij beschuldigd van tijd rekken. May probeerde de boel te sussen door iedereen te verzekeren dat haar planning voor het starten van de procedure onveranderd door zou gaan.2 De wet ging terug naar de Commons, waar het amendement van de Lords afgestemd werd en op 16 maart plaatste Queen Elizabeth II haar handtekening onder de wet. Niks staat het starten van de uittredingsprocedure hiermee nog in de weg en op 29 maart is de regering de procedure officieel gestart. 

Een lastige onderhandelingspositie

Er is nooit sprake van geweest dat Brexit een eenvoudig proces zou gaan worden. In de periode na het referendum heerste in Europa ook voornamelijk de vraag wat ze te wachten stond, want de uittredingsprocedure was nooit eerder gebruikt. Vanuit alle hoeken van de EU klonk stevige retoriek: de Britten moesten zich voorbereiden op lastige onderhandelingen.

Op 8 september 2016 werd Guy Verhofstadt aangewezen als hoofdonderhandelaar namens het Europees parlement.3 De Europese Raad schoof Didier Seeuws naar voren en namens de Europese Commissie zal Michel Barnier plaatsnemen aan de onderhandelingstafel tegenover minister Davis. Eind 2016 waarschuwde de Britse ambassadeur bij de EU, Sir Ivan Rogers, dat de onderhandelingen meer dan tien jaar zouden kunnen duren. Het betrof hier niet alleen de uittredingsonderhandelingen, maar ook de daaropvolgende onderhandelingen over handelsverdragen. De Britse regering verklaarde onmiddellijk dat Rogers hiermee slechts de mening verwoordde onder de onderhandelaars van de kant van Brussel. Korte tijd later, op 3 januari 2017, kondigde Rogers onverwacht zijn vertrek aan.4 Hiermee raakten de Britten een topdiplomaat kwijt met enorme kennis over de werking van de Europese Unie. Leave-aanhangers betreurden zijn vertrek niet omdat Rogers volgens hen een pessimist was die symbool stond voor het Europese establishment. Remainers waren er minder blij mee en waarschuwden dat het vertrek van Rogers nog wel eens een slechte gevolgen kon hebben voor de uiteindelijke Brexit-deal.

De voormalige Britse ambassadeur in Moskou, Sir Tim Barrow, volgde Rogers op. Barrow, topdiplomaat die zaken heeft gedaan met president Poetin, deed eerder ervaring op in Europa bij de commissie Veiligheid en als ambassadeur bij de West-Europese Unie. Barrow staat bekend als een pragmaticus die niet bang is om de waarheid te zeggen, maar zich wel constructief opstelt.5 Zijn benoeming maakt dat er nu twee kampen met een harde lijn tegenover elkaar staan: het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door Barrow, en de Europese Unie, die aangeeft dat de Britten het niet makkelijk zullen gaan krijgen.

De inzet van de onderhandelingen

De Britse positie is duidelijk. Zij willen van de Europese regelgeving en van de Europese kosten af. Het streven is naar een nette scheiding van de boedel en een akkoord met de Unie over de markt. De Britten zullen zich blijven inzetten voor de verdediging van Europa (onder vigeur van de NAVO) en willen ook meedoen op de Europese markt in goederen, diensten en kapitaal. De inzet is wel duidelijk tegen het vrij verkeer van personen.

De Europese Unie lijkt zichzelf minder flexibel op te stellen en waarschuwt dat de Britten moeilijke onderhandelingen tegemoet moeten zien. Ten aanzien van de fundamentele vrijheden is de houding ‘alles of niets’.6 De fundamentele vrijheden vormen, als het aan de Unie ligt, één pakket. Maar in ieder geval één prominente politicus lijkt er van overtuigd dat het pakket gebroken kan worden: Michael Gove. In een interview met het NRC liet hij zich uit over de Britse onderhandelingspositie.7 Hij ziet deze als sterk en is er van overtuigd dat er een evenwichtig handelsakkoord komt. Het NRC benoemt dat de Britse positie het mogelijk maakt de verschillende EU-lidstaten tegen elkaar uit te spelen. Zo hebben de Baltische staten belang bij Britse militaire aanwezigheid en gaat Nederland hoogstwaarschijnlijk geen akkoord sluiten dat schadelijk is voor Shell. Gove wil zich hier niet over uitlaten.

Hoe nu verder met de Brexit?

Op 29 maart verstuurde premier May een formele kennisgeving aan EU-president Tusk. Naar verwachting zal de EU zes weken de tijd nemen om de Commissie te mandateren de hoofdlijnen van de onderhandelingsstrategie vast te stellen. Maar het duurt waarschijnlijk tot de tweede helft van 2017 eer de onderhandelingen zullen starten omdat men eerst de verkiezingen in Frankrijk en Duitsland wil afwachten. Daarna heeft met name de EU er belang bij dat de onderhandelingen binnen achttien maanden worden afgerond. Dit zorgt er namelijk voor dat de onderhandelingen een zo klein mogelijk stempel drukken op de verkiezingen voor het Europees Parlement en dat de Britten geen invloed meer hebben op de eerstvolgende Europese meerjarenbegroting.

Niet alleen op Europees niveau is het onrustig: ook de Schotten beginnen zich weer te roeren. De Schotse premier en leider van de Scottish National Party, Nicola Sturgeon, heeft een aanvraag voor een tweede referendum over onafhankelijkheid verstuurd aan Westminster. Premier May wees de aanvraag af om de eenheid tegenover de EU te bewaren en gaf aan dat niet van de Schotten verwacht kan worden dat over de toekomst gestemd wordt terwijl men nog niet weet wat deze toekomst gaat inhouden. Sturgeon verdedigde zich door te zeggen dat het referendum slechts zou komen als er meer duidelijkheid was over de richting van de Brexit-onderhandelingen en noemde het besluit van May ondemocratisch.8

Conclusie

Het proces is gestart. Dat proces is ook onomkeerbaar. Maar welke kant de onderhandelingen op zullen gaan weet niemand en dat zal de eerstkomende paar maanden ook niet veel duidelijker gaan worden. Wel is duidelijk dat er veel punten zijn waarop partijen van visie verschillen en dat het moeilijke onderhandelingen gaan worden. Het wordt een politiek interessante periode omdat dit verschijnsel zich nog nooit eerder heeft voorgedaan. Ligt in de verwachtingen dat Brexit elders een vervolg gaat krijgen? Ik gok van niet, maar de tijd zal het leren.

Voor De Jonge Liberaal schrijft Wout een serie over de Brexit, eerdere artikelen kun je lezen via hier: Brexit I Brexit IIBrexit IIIBrexit IVBrexit V

image sources

Een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *