Cheers, drinken zoals politici dat doen!

De geschiedenis van de drank gaat zo’n achtduizend jaar terug. Het is daarom ook meer dan aannemelijk dat ten tijde van het begin van de democratie men ook wel wist hoe men van een drankje moest genieten en dat politiek en drank al sinds het begin hand in hand gaan. Talloze politici op het nationale en wereldtoneel hebben in de loop van de geschiedenis een duidelijke voorkeur laten zien. Een bloemlezing uit de rijke geschiedenis van drank en politiek en het antwoord op de vraag welke grote wereldmacht we te danken hebben aan een vruchtbare avond in de pub.

Boris Jeltsin – een wereldleider aan de wodka

De eerste president van Rusland was wereldwijd geliefd vanwege zijn reputatie als blije dronkaard. Verhalen over een dronken Jeltsin zijn er voldoende, maar de mooiste verhalen komen uit 1995. Jeltsin bracht een bezoek aan de VS en werd na een avondje gedronken te hebben in zijn ondergoed op de straten bij het Witte Huis aangetroffen, zoekend naar een taxi omdat hij zin had gekregen in pizza. Een dag later liep hij na stevig van de wodka genoten te hebben zijn accommodatie binnen en werd aangehouden door de beveiliging die hem aanzag voor een dronken insluiper. Tijdens hetzelfde bezoek gaf Jeltsin in beschonken toestand een persconferentie, waarbij president Bill Clinton stuk ging van het lachen. Drie jaar eerder had Jeltsin op een staatsbanket in Kirgizië wat te diep in het glaasje gekeken, waarna hij het hoofd van de Kirgizische president aanzag voor een bijzonder geschikt drumstel en met twee lepels probeerde er een drumsolo op te spelen. Voor de volledigheid dient vermeld te worden dat niet Jeltsin niet altijd zwalkte vanwege drankinname: hij had een stoornis aan zijn evenwichtsorgaan waarvoor hij in de jaren ’90 in het diepste geheim door Groningse neurochirurgen werd behandeld.

Winston Churchill –  de charmante champagnedrinker

Churchill heeft altijd bekend gestaan als een forse drinker. Zelf zei hij hier onder andere over: “when I was younger, I made it a rule never to take strong drink before lunch. It is now my rule never to do so before breakfast.” Hij begon de dag steevast met whisky, maar zijn liefhebberij lag bij wijn (en in het bijzonder champagne). Een van de meest legendarische voorvallen deed zich voor tijdens een bezoek aan Josef Stalin in 1942. Midden in de nacht kwam de Britse onderminister voor Buitenlandse Zaken de kamer binnen waar Churchill en Stalin zaten. Molotov had zich inmiddels ook bij het gezelschap gevoegd. Wat de onderminister aantrof was de drie heren bij een tafel vol eten en omringd door talloze (goeddeels lege) flessen. Churchill klaagde over wat hoofdpijn en was overgeschakeld op een rode wijn uit de Kaukasus. Enkele uren later vertrok het Britse gezelschap met het vliegtuig weer naar huis. De onderminister was positief: Churchill was erg goed gestemd op de terugvlucht en de beide wereldleiders waren nader tot elkaar gekomen.

Churchill heeft zijn stempel gedrukt op de drankwereld. Zo had hij zijn eigen cocktail: de Churchill-martini. Deze werd gemaakt omdat Churchill het niet zo op vermouth had. De Churchill-martini was daarom niet veel meer dan gin met ijs, “whilst a bottle of vermouth can be observed on the other side of the room”. Ook zijn liefde voor Pol-Roger champagne was legendarisch. Churchill dronk al sinds de negentiende eeuw Pol Roger (voor zijn huwelijk in 1908 bestelde hij 84 halve flessen uit 1895 en 48 halve flessen uit 1900, plus een keur aan andere dranken). De band met het champagnehuis was goed: op iedere verjaardag stuurde Odette Pol-Roger een kist champagne naar Churchill. Stalin stuurde hem de bijpassende kaviaar – totdat beide heren een meningsverschil kregen over de IJzeren Gordijn-toespraak van Churchill in 1948. Toen Churchill overleed, deed Pol-Roger een zwarte rouwband om alle flessen die naar Engeland geëxporteerd werden. Odette Pol-Roger zat op de voorste rij tijdens zijn uitvaart en het champagnehuis heeft sindsdien zijn vintage champagne “cuvée Sir Winston Churchill” genoemd.

Een wereldmacht aan de wijn

Het is bekend dat een avondje drinken leidt tot ideeën. Soms verstandige ideeën, vaak echter niet bijster goede ideeën. In 1773 werd in Philadelphia de City Tavern geopend, die al snel een reputatie kreeg van politiek, cultureel en zakelijk centrum. De taverne was een favoriet van de Founding Fathers, in het bijzonder bij Franklin, Adams en Jefferson. Het is daarom ook niet verbazingwekkend dat grote delen van de Declaration of Independence in deze pub geschreven zijn onder het genot van een drankje. De invloed van drank werd nog eens extra bevestigd door het feit dat de nodige drankmakers het document ondertekenden.1  De Founding Fathers zelf waren ook niet vies van een drankje. Jefferson geldt als een van de belangrijkste personen in de start van de Amerikaanse wijnindustrie, Washington smokkelde rum en begon later een destilleerderij en Franklin schreef over de invloed van wijn op het menselijk lichaam.

De City Tavern werd een belangrijke plaats binnen de jonge Verenigde Staten. De eerste 4th of July werd hier gevierd en George Washington vierde er feest tijdens een tussenstop onderweg naar zijn inhuldiging in 1789. Het bleef een centrum in de stad (en ook in zekere zin in het land) tot 1834. Er brak brand uit en de taverne werd niet meer wat het ooit was. De originele City Tavern bestaat helaas sinds 1854 niet meer. Sinds 1975 (net op tijd voor de bicentennial) staat op de originele plek een replica.

Teut in Teheran

In 1943 kwamen de Grote Drie (Roosevelt, Churchill en Stalin) bij elkaar in Teheran voor een conferentie. Alle dre konden een drankje wel waarderen. Churchills voorliefde voor drank is reeds eerder aan bod geweest, Stalin kon (zo het een echte Russische leider betaamt) niet zonder wodka en Roosevelt was een groot voorvechter van de martini. Het was het eerste drankje dat hij dronk na het beëindigen van de drooglegging in 1933 en sindsdien had hij dagelijks een traditioneel martini-uurtje op het Witte Huis. Hij nam een fles mee en bood deze om het ijs te breken aan Stalin aan. Stalin was niet erg onder de indruk, maar begon de martini later meer te waarderen. Zo erg zelf dat zijn opvolger Chroestsjov het drankje omschreef als het meest machtige wapen van Teheran.

Drunker than Juncker

De huidige voorzitter van de Europese Commissie staat bekend als een liefhebber van cognac. Met name de Britse pers heeft dit breed uitgemeten tijdens zijn campagne om Commissievoorzitter te worden. In 2013, het jaar dat Juncker af moest treden als premier, kopte de Luxemburgse krant Letzebuerg Privat met een verhaal waarin Juncker als dronken, door alcohol verdoofde premier werd afgeschilderd. Een Britse minister voegde hieraan toe dat Juncker ’s ochtends graag een cognacje nam en dat het vrijwel zinloos was te proberen hem na de middag nog ergens voor te spreken. Juncker zou rond die tijd met dubbele tong spreken en af en toe nauwelijks meer in staat zijn tot werken. Juncker zelf heeft altijd geweigerd om uitspraken te doen over zijn drankgebruik.

Taalbarrière of drankbarrière?

De Belgische minister Michel Daerden was zeer bekend met één aspect van de Belgische cultuur: de Belgische bieren. Daerden gaf in de Senaat meerdere optredens die deden vermoeden dat hij aardig wat drank op had. In het bijzonder in 2010 toen hij in de Senaat vragen over de pensioenen moest beantwoorden. Daerden leek niet helemaal te weten waar hij over sprak, zwalkte giechelend heen en weer achter het spreekgestoelte en had wat moeite met spreken. Hier naar gevraagd verklaarde Daerden zichzelf door te zeggen dat hij er niet aan gewend was Nederlands te spreken en dat hij zich soepeler uit had kunnen drukken in het Frans. Maar zijn voorliefde voor drank stak hij nooit onder stoelen of banken: met name rode wijnen uit Pomerol konden zijn goedkeuring wegdragen.

Rest mij deze bloemlezing af te sluiten met enkele beelden van deze en andere politici die een uitgebreide studie van de drank hebben gemaakt. Meer weten over het drankgebruik van politici? Lees dan meer in dit artikel uit The Telegraph.


Show 1 footnote

  1. Het document werd ondertekend door vertegenwoordigers van alle beroepsgroepen die nodig waren om een 18e-eeuwse samenleving te laten functioneren. De drankindustrie was ruim vertegenwoordigd, maar ook de ambachten waren vertegenwoordigd. In totaal waren ruim 200 beroepsgroepen vertegenwoordigd.

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *