De oorsprong van de Brexit – deel III

In het tweede deel van deze Brexit-serie kon je lezen hoe Thatcher de scepter zwaaide in Groot-Brittannië, waar ze zoveel gehaat als geliefd was. In 1973 treedt Groot-Brittannië toe tot de Europese Unie en rijst de vraag of men ook mee moet doen aan de monetaire unie. 

Europees Wisselkoersmechanisme

Het Europees Wisselkoersmechanisme (EWM) was in 1979 opgericht om de Europese wisselkoersen te stabiliseren en Europa voor te bereiden op de Economische en Monetaire Unie en uiteindelijk de invoering van de euro. De Britten hadden in 1979 besloten niet mee te doen, maar die beslissing was niet onbesproken gebleven. De Britse minister van Financiën, Nigel Lawson, zag voordelen in deelname aan het mechanisme. Als voorbereiding voor mogelijke toetreding werd in 1987 besloten om het Britse pond qua wisselkoers de deutschmark te laten volgen. Dit is nooit officieel vastgelegd en begin 1988 besloot Thatcher, onder enige invloed van haar economische adviseurs, deze koppeling op te heffen. Lawson bleef zich aan deze stap en de anti-EWM-houding van zijn collega’s ergeren en nam eind 1989 ontslag. Zijn opvolger was John Major. Samen met minister van Buitenlandse Zaken Douglas Hurd overtuigde hij de regering van het nut van het EWM en op 8 oktober 1990 trad het Britse pond toe tot het EWM. Een maand later trad Thatcher af als premier werd zij opgevolgd door John Major. De inflatie van het pond was enorm en de economische omstandigheden waren in het algemeen te slecht om tot het EWM toe te treden. Duits economisch beleid in verband met de hereniging zette het EWM begin jaren ’90 onder druk. Voorts was er een economisch conflict met de Italianen en daalde de Amerikaanse dollar fors in waarde. Hierdoor werd er op de valutamarkt steeds meer gespeculeerd1 over het pond en kwam de munteenheid steeds verder onder druk te staan. Bij toetreding was afgesproken dat als het pond minder waard werd dan 2,773 DM, de regering moest ingrijpen. Dit gebeurde in 1992. De regering slaagde er niet in om het pond weer boven deze limiet te krijgen en op 18 september van dat jaar werd het pond teruggetrokken uit het EWM. Het pond devalueerde en 18 september 1992 werd bekend als Black Wednesday, de eerste dag van de Black Wednesday Crisis.2

 Ondanks het debacle rondom het EWM wilde Major wel graag dat de Britten een centrale positie binnen de EU innamen. Zijn regering was echter verdeeld en heeft uiteindelijk niet veel meer met dit standpunt gedaan en het Verdrag van Maastricht kwam zonder noemenswaardige Britse kritiek tot stand. Het belangrijkste punt hierbij was dat de Britten succesvol een uitzonderingspositie hadden bevochten ter zake van het aannemen van de gezamenlijke munteenheid.

De uittreding uit het EWM en de onderhandelingen rondom het Verdrag van Maastricht hadden binnen het politieke landschap hun eigen gevolg. De oprichting van de UK Independence Party in 1993 was een direct gevolg. UKIP is een eurosceptische partij die in het begin werd overschaduwd, maar later een belangrijke stem zou worden van euroscepsis in Groot-Brittannië. In 1994 werd de Referendum Party opgericht, met als doel een referendum te organiseren over het Britse lidmaatschap van de Unie. De partij deed mee aan de verkiezingen van 1997, maar slaagde er niet in om een zetel te veroveren.3 Ook UKIP veroverde geen zetel en werd in op twee na alle kiesdistricten waarin de Referendum Party ook meedeed door deze partij verslagen. UKIP zou de Britse Euroscepsis twee jaar later wel in Brussel laten horen: in 1999 kwam UKIP met drie zetels in het Europees Parlement. Maar ook binnen de gevestigde partijen rommelde het rondom de Europese kwestie. De eerste duidelijke Eurosceptische geluiden binnen de Conservative Party waren te horen in een speech van minister van financiën Norman Lamont uit 1994, die hierin stelde dat het simplistisch was te denken dat uittreding uit de Unie onmogelijk was.4 Dit was niet het heersende idee onder de meerderheid in de Conservative Party, maar het zou in de volgende twee decennia wel post gaan vatten.

Nieuwe regering, nieuwe partij

In de verkiezingen van 1997 verloor de Conservative Party enorm en Labour kreeg een meerderheid. De nieuwe regering stond onder leiding van Tony Blair, een eurofiel die de vernieuwende stroming in Labour had geleid en Europa in het hart van Groot-Brittannië wilde plaatsen (en vice versa). Het jarenlange Britse verzet tegen de EU werd omgezet in een houding waarin op fundamentele punten hard werd onderhandeld, maar op ander punten concessies werden gedaan.5 Blairs fundamentele overtuiging op beleidsniveau was het Europees sociaal beleid geïntegreerd moest worden in een vrijemarkteconomie. Blair investeerde hiervoor enorm in de contacten met de Europese partners. Vrijwel iedere Europese leider heeft wel gesprekken gehad met Blair en met name de Duitse bondskanselier Schröder was gecharmeerd. Qua hervorming van de EU heeft deze diplomatie niet veel opgeleverd omdat de EU zichzelf vrijwel onmogelijke doelen had gesteld en hieraan vasthield, terwijl geen enkele lidstaat structurele aanpassingen doorvoerde om de doelen waar te maken.

In 1998 waren de Britten voorzitter van de Europese Unie. Blair vond zich hiermee exact op de plek waar hij moest zijn om zijn centrale rol in de Unie te vervullen. Maar het was lastig voor hem om leiderschap te tonen omdat de Britten niet meededen aan de onderhandelingen die op dat moment het belangrijkst waren: de onderhandelingen over de invoering van de euro. Blair probeerde als voorzitter deze onderhandelingen wel zo goed mogelijk in goede banen te sturen, maar werd door eurosceptici genadeloos afgestraft. The Sun kopte met de vraag of Blair de meest gevaarlijke man in Groot-Brittannië was en beschuldigde hem van het stilletjes voorbereiden van de afschaffing van het pond.6 Blair was wel degelijk van plan om toe te treden tot de euro. Het Britse volk was bijzonder sceptisch en de vraag was of er een referendum moest komen. De verkiezingen van 2001 moesten de verkiezingen worden waarop ook over de euro gestemd werd. Op papier hadden zowel Labour als de Conservative Party ongeveer hetzelfde uitgangspunt: wait and see.7 William Hague, leider van de Conservative Party, noemde de verkiezingen de laatste kans om het pond te redden.8 Labour boekte een enorme overwinning en zowel in binnen- als buitenland waren alle ogen op het Verenigd Koninkrijk gericht. Blair stelde dat vijf economische tests moesten worden doorstaan alvorens het proces van toetreding in gang gezet werd, waarbij aan de Europese criteria moest worden voldaan. Als het zover zou komen wilde Blair goedkeuring in die fasen: kabinet, parlement en volk.

Dit debat werd overschaduwd door het debat over de Europese Grondwet en later door het debat over het Verdrag van Lissabon. De vijf tests slaagden niet en lidmaatschap van de Eurozone werd uitgesteld voor de zittingsperiode van het in 2001 gekozen parlement. Uitstel werd afstel en in 2010 kwam de toetreding tot de euro alleen nog maar voor in het verkiezingsprogramma van de Liberal Democrats. Dit doel heeft het regeerakkoord van het eerste kabinet-Cameron niet gehaald en zo verdween het dossier stilletjes in de archieven.

Verder lezen over de Brexit? Via deze link kan je deel vier lezen!

Foto door Howard Lake via Flickr

Show 8 footnotes

  1. Niet in de laatste plaats aangejaagd door de Hongaars-Amerikaanse zakenman Georges Soros. Soros kocht massaal ponden op en speculeerde op een devaluatie. Hij maakte nadat het pond werd teruggetrokken uit het EWM ruim 1 miljard dollar winst.
  2. De kosten van de Black Wednesday Crisis werden aanvankelijk ingeschat tussen de 13 en 27 miljard pond, maar bleken uiteindelijk 3,3 pond te bedragen. Bron: http://www.theguardian.com/politics/2005/feb/09/freedomofinformation.uk1
  3. Het effect van de Referendum Party wordt betwist. De partij heeft een rol gespeeld in het verlies van enkele Conservatieve zetels, maar de meningen verschillen over hoeveel dit er geweest zijn.
  4. http://www.theguardian.com/politics/2016/jun/15/brexit-how-a-fringe-idea-took-hold-tory-party, geraadpleegd 22-08-2016. De latere premier Cameron was een speciale adviseur aan Lamont.
  5. https://www.opendemocracy.net/tony_blair_and_europe.jsp
  6. Tony Blair: Prime Minister, John Rentoull, 2013.
  7. The Economist, 10 maart 2001: http://www.economist.com/node/616472
  8. The Economist: http://www.economist.com/node/645986

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *