De oorsprong van de Brexit – deel II

In het vorige deel in deze serie over de Brexit schreef Wout over het prille begin: van de visie van Winston Churchill tot aan het daadwerkelijke toetreden van Groot-Brittannië tot de EEG in 1973. Groot-Brittannië staat aan de vooravond van een van de bekendste vrouwelijke leiders die de scepter zal gaan zwaaien: the Iron Lady. 

Wilson treedt onverwacht af

Wilson trad in maart 1976 onverwacht af. Zijn opvolger was James Callaghan, die niet bijzonder veel Europese zaken op zijn bordje kreeg (afgezien van het voorzitterschap van 1977). Vrijheid om het beleid door te voeren wat de linkervleugel van Labour graag wilde zien had hij niet. In tussenverkiezingen van 1977 was Labour zijn meerderheid verloren en gedwongen om met kleinere partijen samen te werken, met name met de Liberal Party. De sentimenten van de linkerkant van de partij kregen binnen Labour steeds meer invloed en het partijprogramma voor de Europese verkiezingen van 1979 was ronduit vijandig ten aanzien van de EEG. Uitspraken over een “monsterlijk hoge bijdrage” en omschrijvingen van het gezamenlijk landbouwbeleid als een “dure farce” waren niet van de lucht. De Europese kwestie stak op regeringsniveau zijn kop pas weer op onder de opvolgster van Callaghan: Margaret Thatcher.

Europees beleid onder Margaret Thatcher

In de eerste regeringstermijn van Margaret Thatcher speelde Europa geen bijzonder grote rol. Interne kwesties speelden belangrijkere rollen, zoals de Ierse kwestie, de begroting en in 1982 de Falklandoorlog. Thatcher had zich eerder, in het bijzonder tijdens de campagne voor het referendum van 1976, een pro-Europeaan getoond en had een pro-Europees kabinet samengesteld. Haar lijn was echter wel duidelijk vanaf het moment dat ze in Downing Street in trok: Groot-Brittannië moest haar geld terugkrijgen van de EEG. Onderhandelingen over aanpassingen in de voorwaarden van het Britse lidmaatschap begonnen, maar speelden in de eerste termijn van Thatcher geen rol van formaat. Er kwamen slechts tijdelijke oplossingen terwijl de onderhandelingen doorgingen. Europa speelde in haar tweede regeringstermijn een grotere rol, met dank aan een aantal specifieke dossiers.

Ten eerste waren er de onderhandelingen over de Britse bijdrage aan de EEG. Deze onderhandelingen had ze in 1979 overgenomen van haar voorganger. In datzelfde jaar maakte ze haar positie meteen glashelder: Thatcher wilde een groot deel van de Britse bijdrage terug zien vloeien naar Groot-Brittannië. 1 Op de Eurotop in Fontainebleu van 1984 kon op succes geproost worden: Groot-Brittannië had een korting van 66% gekregen op haar bijdragen aan de EEG.2

Ten tweede waren er de onderhandelingen over een nieuw Gemeenschapsverdrag, wat uiteindelijk het de Europese Akte zou worden. Dit lag in Groot-Brittannië ingewikkeld. De lijn die het verdrag ging inzetten was eentje van meer Europese integratie en meer doorwerking van Europese wetgeving in de nationale rechtsorde. De Britten waren mordicus tegen, om redenen die voor en na de sluiting van het verdrag regelmatig voor het voetlicht werden gebracht. Of het verdrag er zou komen zou worden besloten op de Europese top van 1985 in Milaan. Voor de Britten was met name Duitsland, in die tijd onder leiding van Helmut Kohl, een belangrijke bondgenoot. The Foreign Office adviseerde Thatcher haar eigen mening te vormen over dit verdrag en deze voorafgaand aan de Eurotop te delen met Kohl. Hiervoor kwam het goed uit dat Kohl dat jaar toch al naar Groot-Brittannië zou komen.3 Kohl sympathiseerde wel met Thatcher en wilde zelf ook geen intergouvernementele conferentie hebben waarin de Europese verdragen werden heronderhandeld. De Britse verbazing was dan ook groot toen twee dagen later bleek dat de Fransen en de Duitsers samen al een conceptverdrag hadden opgesteld voor een hervorming van de EU.4 Onder Europese leiders heerste het idee dat Thatcher Groot-Brittannië weg leidde van de EU.5 Inhoudelijk verschilde het Frans-Duitse verdrag niet bijzonder veel van het Britse voorstel, maar het idee dat Groot-Brittannië buiten de Europese samenwerking gehouden werd viel slecht. De Europese leiders waren in meerderheid voor de intergouvernementele conferentie en derhalve werd de top in Milaan deze conferentie. De Britten bleken geïsoleerd. Andere Europese leiders, in het bijzonder de Duitsers, Fransen en Italianen, waren ontstemd door de uitkomst van de top in Fontainebleu en zagen in de Milanese top een uitgelezen mogelijkheid om hun eigen belangen binnen Europa te behartigen en voorts wraak te nemen op de Britten.6 Groot-Brittannië bleek geïsoleerd. Minister van Buitenlandse zaken Geoffrey Howe was onder de omstandigheden positief en dacht de andere lidstaten nog zodanig te kunnen bespelen dat er een ander verdrag uit zou komen. Thatcher zag haar eurosceptische ideeën bevestigd en nam de isolatie in Milaan persoonlijk. De Europese Akte kwam er en de inhoud werd uiteindelijk vastgelegd op de top in Luxemburg eind 1985. Ondanks de politieke vernedering in Milaan werd het Britse beleid ten aanzien van de Europese Unie niet gewijzigd. Onder de Britten heerste een angst om achter te blijven en daarom werd ingezet op een betere samenwerking met de Duitsers en Fransen.7

 In dezelfde periode lag de Channel Tunnel Bill voor de derde keer in het parlement. Tijdens de eerste regering-Thatcher was de haalbaarheid onderzocht en omgezet in een wetsvoorstel, dat door eurofielen en eurosceptici werd aangegrepen om hun punt op de kaart te zetten. Voor eurofielen was de tunnel het symbool van Europese eenwording, voor eurosceptici een nachtmerrie. De regering-Thatcher stond inmiddels volledig achter de Kanaaltunnel en zag hierin een gelegenheid om veel banen te creëren, terwijl het project privaat gefinancierd zou worden en geen gemeenschapsgeld zou kosten.8

Ten aanzien van de vrijhandelszone in Europa waren de Britten onverdeeld positief, zowel de eurofielen als de eurosceptici. Thatcher hoopte dat de Europese Unie hiermee de economische doelen die ten grondslag lagen aan de oprichting waargemaakt zouden worden. Echter zou een economisch dossier later een belangrijk hoofdpijndossier worden: het Europees Wisselkoersmechanisme.

Labour bleef in deze periode sterk eurosceptische sympathieën houden. In 1983 stelden zij in hun verkiezingsprogramma dat de Britten zich compleet uit de Unie moesten terugtrekken. Tegenstanders hiervan vonden het een vreemd en onhaalbaar plan en noemden het verkiezingsprogramma van 1983 ‘de langste zelfmoordbrief uit de geschiedenis’.9 Het maakte de partij haast onverkiesbaar. Partijleider Neil Kinnock zei hierover: “Zij (Thatcher, red.) won deels omdat wij zo goed waren in verliezen.”10

In haar laatste optreden als premier in de Commons zag Thatcher gelegenheid om haar meer persoonlijke sentimenten over Europa voor het voetlicht te brengen. Van een supranationale organisatie moest ze niks hebben en de plannen van Commissievoorzitter Jacques Delors voor herstructurering van de Europese besluitvorming deed ze af met een kort en duidelijk ‘No, no, no!’ De Europese Centrale Bank werd door haar gezien als een gevaar voor het pond.

Verder lezen? Dat kan! Het derde deel staat nu online.

Foto door Von Bogaerts, Rob / Anefo – Gahetna in het nationaal archief, CC BY-SA 3.0 nl, via Wikimedia 

Show 10 footnotes

  1. http://www.margaretthatcher.org/speeches/displaydocument.asp?docid=104180, geraadpleegd 28-08-2016
  2. Margaret Thatcher, volume II – everything she wants, Charles Moore 2015, p. 377.
  3. Kohl kwam uiteindelijk op 18 mei 1985 naar het buitenverblijf van de Britse premier in Chequers.
  4. Moore 2015, 399.
  5.  Mitterand zei hierover: “le problème c’est le GB”. Moore 2015, 399.
  6. Moore 2015, 400.
  7.  Moore 2015, 402.
  8. Reactie van Margaret Thatcher op een vraag van Sir John Farr, MP tijdens Prime Ministers Questions, 19 februari 1987.
  9. http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/magazine/8550425.stm, geraadpleegd 21-08-2016
  10. Moore 2015, 674.

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *