Hoe duur is de kleding?

De kledingindustrie is een van de grootste industrieën die we hebben in de wereld. 1 op de 6 mensen in de wereld werkt wel op een of andere manier mee aan het maken van kleding. Onze winkels worden continu aangevoerd met nieuwe collecties, het is nauwelijks meer duidelijk wat nou de oude collectie is en wat de nieuwe. Een t-shirt uit een van de bekende winkelketens kost soms nog geen 5 euro, waarbij je jezelf in je achterhoofd afvraagt hoe zoiets goedkoop in elkaar gezet kan worden. 

Kledingfabrieken in Bangladesh – een beerput

24 april 2013, een groot gebouw in Bangladesh stort in. 1127 doden. In dit gebouw waren enkele textielfabrieken gehuisvest, van onder andere de Mango, Primark en Wallmark. Er waren eerder al meerdere gebreken geconstateerd en de winkels op de begane grond hadden op voorzorg de deuren al gesloten. De medewerkers van de kledingfabrieken konden er niks tegen te beginnen, hen was opgedragen gewoon naar het werk te komen, anders zou hun loon ingehouden worden. Er wordt een convenant gesloten tussen de grote modeketens, waarin ze besluiten meer te doen aan de werkomstandigheden in de fabrieken, maar in november is er weer een groot ongeluk in een gebouw waar onder andere Primark en C&A zitten, dit maal 112 doden.

Door deze gebeurtenissen is er een beerput open gegaan. Naast het feit dat medewerkers op ontzettend slecht onderhouden werkplekken moesten werken, werden ze zelf ook zo behandeld. Inmiddels is er veel aandacht voor de onderste laag van de kledingindustrie en in het duurzamer produceren van kleding. Er worden convenanten opgesteld en bedrijven beloven beterschap. Maar gebeurt er dan ook nog wel echt wat? De Primark scoorde in 2008 een 3 uit 20 wat betreft ethische bedrijfsvoering volgens de Britse organisatie Ethical Consumer. Door het beter betalen van werknemers scoren ze nu een 3,5. De vrouwen die in de productie werken zijn er overigens weinig op vooruit gegaan. Waar ze eerst zo’n €30 verdienden, krijgen ze nu €50. Een forse loonsverhoging, zo op het eerste oog, maar veel huurbazen weten dit ook en gooien de huren omhoog. Feitelijk gaan de, veelal vrouwelijke, werknemers er niet op vooruit.

Onze kleding zorgt voor gronduitputting

Een ander probleem is de gronduitputting. Doordat er steeds meer vraag is naar kleding is er ook steeds meer vraag naar grondstoffen. De grond blijft maar bebouwd, als er geoogst wordt, dan wordt er direct weer gezaaid en de grond heeft geen tijd om bij te komen. Grond wordt steeds minder voedend voor de gewassen, en oogsten mislukken hierdoor sneller. Dan moet er nog meer landbouwgrond komen om dezelfde hoeveelheid oogst binnen te halen. Verder wordt er ook meer en meer gebruik gemaakt van pesticiden, om de grote hoeveelheid gewassen beschermen tegen ongedierte, maar ook de grond er niet gezonder op maken. Een aanzienlijk deel van de katoen komt uit Oezbekistan, waar ook nog wel het een en ander over te zeggen valt. Meer dan twee miljoen kinderen en volwassenen worden door de staat gedwongen om katoen te gaan plukken. Pas nadat hier internationale ophef over is ontstaan is er actie ondernomen. Echter werken er nog steeds kinderen in de katoensector, al de minimumleeftijdsgrens is wel iets omhoog gegaan.

Belangrijk is ook hoe er met kleding omgegaan wordt nadat het weggegooid is. Kleding wordt te klein of te groot, of men gooit het gewoon weg omdat er niet meer naar getaald wordt. Nu zijn veel bedrijven bezig met het verzamelijk van deze kleding, onder andere de H&M doet dit, en vertellen je van alles over hoe goed deze kleding verwerkt wordt. Helaas is het zo dat de meeste kleding helemaal niet gerecycled wordt, puur omdat we de techniek er nog niet voor hebben. Veel bedrijven hebben het er niet voor over om hun geld in deze onderzoeken te steken, wanneer ze dat ook in marketing kunnen steken. Gelukkig gaat het beetje bij beetje wel steeds beter, maar er is nog steeds veel werk te verzetten.

Rol van de consument in de kledingindustrie

Maar we moeten niet denken dat het puur de bedrijven zijn die voor de grote boze hongerige wolf spelen. De consument is de grootste veroorzaker van dit alles.

Er is veel aandacht voor het duurzamer produceren van kleding, er beginnen eindelijk mensen er achter te komen dat het niet ethisch is om kinderen van elf jaar oud of jonger in te zetten voor het maken van onze kleding. We zouden ook niet willen dat onze eigen kinderen in een dergelijke situatie zaten, toch? Is er dan ook wat verbeterd? Veel bedrijven beloven beterschap als het gaat om de betaling van medewerkers, iets dat meestal ook gebeurt. In 2008 scoorde Primark een 3 (uit 20) wat betreft ethische bedrijfsvorming volgens het Britse bedrijf Ethical Consumer. Door het beter betalen van de werknemers scoren ze nu een 3,5. Het zijn overigens niet alleen de bedrijven met de echt goedkope kleding die slechte scores halen, GAP en Tommy Hilfiger halen nog lagere cijfers. Betreft het middensegment kan je nog het beste je kleding kopen bij H&M en New Look, zij scoren een 9 en een 8 uit 20.

Zo lang de consument nog blij wordt van een shirtje van vijf euro, dat na drie keer wassen al geen model meer heeft, zal er nooit wat veranderen in de kledingindustrie. De kledingindustrie is een groot moloch, en zo lang de consument als lemming achter deze moloch aan blijft lopen en zich niet gaat afvragen of ze dat shirtje of die broek écht wel nodig hebben, is het een hopeloze zaak. Als de consument zou willen, kunnen zij met elkaar een grote vuist maken naar de grote bedrijven, en zodoende beetje bij beetje de kledingindustrie ethischer maken.

Maar ja, wat maakt het eigenlijk ook uit, een negenjarig kindje dat sterft voor onze hebberigheid, hoor ik velen denken. Wat er in Bangladesh gebeurt is toch maar een ver-van-ons-bed-verhaal, daar hoeven we geen zier om te geven.

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.