Niet Brains maar Trains

Stipt zevenenveertig minuten over acht kwam het kolossale vervoersmiddel op me af. Op het Zwolse perron roept een man met snor en een jas gesponsord door de NS herhaaldelijk om dat alléén de voorste wagons richting Groningen gaan. Als een Afghaanse herder die zijn vee naar een veilige plek leidt, zo volgt de menigte de uitbundige gebarentaal van de conducteur. Daar stond ik dan met mijn Kiosk-cappuccino en vers afgebakken kaasbroodje, geduldig wachtend op mijn beurt om de gearriveerde trein in te stappen. Terwijl de deuren opengaan en de passagiers uitstappen, zie ik een vrouw van volslank formaat pogen zich tussen de uitstappende passagiers door te wrikken. Het weinig humoristisch tafereel was voldoende om stille argwaan te wekken bij de wachtende omstanders, echter zonder consequentie.

Wanneer de stroom uitstappers afneemt, gebeurt er een merkwaardig sociaal verschijnsel. Alsof het collectief bij voorbaat heeft afgesproken om een wedstrijdje ‘zitplaatsbemachtiging’ te spelen, zo staat een zakenman met leren tas al met één been in de trein en een studente te kijken of rechtsaf of linksaf de grootste kans van slagen heeft. Zodra de laatste passagier is uitgestapt, mist alleen nog het startschot. Het recht van de sterkste is begonnen en uit zich in een massaal gedruk en gepers waar de enige geldende vrijheid het recht op ademhalen is. Uiteraard had ik al gekozen voor een vierderangs-zitplaats in een tussencoupé op het moment dat ik mijn koffie haalde. Het besef dat je een keuze hebt tussen een consumptie óf een zitplaats in de trein is zodanig essentieel dat het zou kunnen dienen als nieuwe slogan voor de NS. Als hekkensluiter van de spitstrein neem ik plaats op een klapstoel en onder het genot van gesmolten Beemsterkaas en hartig brood observeer ik de buitenwereld.

Slechts een kwartier na vertrek komt de eerste visite langs in mijn tussencoupé. Met een simpele ‘hallo’ groette ik mijn medepassagier. De afkeurende blik die ik verkreeg kon twee dingen betekenen; Het eerste is gebaseerd op de vraag waar ik het gore lef vandaan haalde om zijn aandacht te onttrekken. Het tweede op de vraag wanneer zijn stoelgang aan geduld zou ontberen. Gezien de zichtbare transpiratie en drievoudige poging de gesloten wc-deur te openen, gokte ik op het tweede en nam nog een slok koffie.

Na kortstondig Farm Heroes Saga gespeeld te hebben om de reis te bespoedigen, word ik abrupt benaderd door een man van gemiddelde leeftijd. Gemiddeld, want zijn kleding straalde uit dat hij nog mooie herinneringen had van de Slag bij Waterloo. Echter, toen mij gevraagd werd of ik hem samenreiskorting wou verlenen in ruil voor een ‘Djonko’ deed dat mij denken aan de basisschool waar ik knikkers ruilde voor een week verkering. Een summiere verklaring voor mijn gebrekkige behoefte aan een joint en de praktische leugen dat ik geen OV-chipkaart had was voldoende voor een vredig afscheid.

Drie kwartier en twee ontmoetingen verder hoor ik de intercom mijn bestemming aankondigen. Met gestegen toeverlaat in de aankomsttijden van de NS pak ik mijn tas en loop ik alvast naar de wagondeur. Met een ‘’no pressure- mentaliteit’’ strompelen er passagiers uit de coupés en gaan verspreid staan over de hele tussencoupé. Bij stilstand aan de perron in Groningen, zie ik door de raampjes hoe een groep OV-zombies zich verzamelt bij mijn wagondeur. Niet ‘Brains’ maar ‘Trains’, dacht ik terwijl ik het fenomeen in Zwolle herdenk. Ik druk op de blauwe knop, neem een teug frisse lucht en stort mezelf in de menigte waar ik een uur eerder onderdeel van was.

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *