Terug naar gescheiden schoolklassen?

Als we kijken naar de vaardigheden van 15-jarige Nederlandse scholieren, gemeten in 2013, is er helaas ruimte voor somberen. Wereldwijd zijn we drie plaatsen gedaald (10 naar 13). Op het gebied van wiskunde een plek gestegen, maar weliswaar met een lagere score. Het Nederlandse onderwijs is in zijn algemeenheid aan vernieuwing en verbetering toe, maar we dienen ook te kijken naar het verschil tussen jongens en meisjes. Welke ontwikkelingen hebben in onze samenleving geleid tot een onderwijssysteem waarin meisjes excelleren en jongens op een grote achterstand staan?

De graden in het hoger onderwijs raken steeds schever verdeeld. Volgens cijfers uit 2013 bestaat de groep met geslaagden voor 44 procent uit mannen en voor 56 procent uit vrouwen. Minister Bussemaker vroeg zich in datzelfde jaar af of er met het meisjessucces geen jongensprobleem bestaat. Terecht, zo lijkt het. Gaan het basisonderwijs en de citotoets nog gelijk op, op HAVO (52 procent meisjes, 48 procent jongens) en VWO (54 procent meisjes, 46 procent jongens) worden de verschillen duidelijk. In het hoger onderwijs ontstaan er écht grote verschillen: 15 procent meer vrouwelijke geslaagden op HBO, 10 procent meer vrouwelijke geslaagden op WO en 8 procent meer vrouwelijke geslaagden op een WO master. De uitval van mannen lijkt zo te ontstaan bij de overgang van het basisonderwijs naar het middelbaar onderwijs en deze trend lijkt zich door te zetten naarmate de jaren vorderen.

De vaak geopperde oorzaak van de oververtegenwoordiging van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs (80%) kan niet direct op deze cijfers gelegd worden. Een verschil in citoscores voor jongens en meisjes is nauwelijks aanwezig en de prestaties op het basisonderwijs verschillen ook niet sterk. Het enige resultaat kan zijn dat het ontbreken van een mannelijke leraar kan leiden tot een gebrek aan rolmodellen en een gebrek aan discipline waardoor de weerbaarheid, van met name jongens, afneemt. Tevens zou het gebrek aan discipline later op de middelbare school wel zijn uitwerking kunnen hebben, maar daarvoor is op het middelbaar onderwijs nog genoeg ruimte voor interventie.

Het middelbaar onderwijs lijkt dus de bron te zijn van het verschil dat ontstaat tussen jongens en meisjes. Het Nederlandse onderwijssysteem geeft veel ruimte aan autonomie en de stimulering van het eigen initiatief. Een manier van onderwijs waar vooral meisjes baat bij hebben en waar jongens moeite mee hebben. Die hebben met name baat bij structurering en kaders. Uit mijn eigen ervaring kan ik deze claims absoluut bevestigen. Natuurlijk brengen autonomie en de stimulering van eigen initiatief ons als mens erg veel. Echter, het onderwijs zou per definitie een platform moeten zijn waarop iedereen in zijn kracht gezet wordt. Het blijkt ook dat er bij scholen waarbij een balans wordt gevonden tussen autonomie/eigen initiatief enerzijds en structurering/kaders anderzijds er goede resultaten worden geboekt door zowel jongens als meisjes.

In het basisonderwijs wordt ogenschijnlijk een bodem gelegd voor het verschil dat zich op latere leeftijd ontwikkelt. Het gebrek aan een rolmodel, discipline en weerbaarheid vormt geen vruchtbare voedingsbodem voor de mate van autonomie en eigen initiatief die van elke leerling wordt verwacht op het middelbaar onderwijs. In het basisonderwijs wordt er al veel gedaan om het volgen van de benodigde opleiding aantrekkelijker te maken voor mannen. Om over te gaan tot beleidsverandering op middelbare scholen zijn er twee mogelijkheden denkbaar. Ten eerste kan een grotere mate van structurering en kaders worden geïmplementeerd in het huidige middelbare onderwijs. Hieraan zal iedereen onderworpen worden. Het waarschijnlijke resultaat zal een verbetering voor de jongens zijn, maar geen, of een minder effect voor meisjes. Ten tweede is een scheiding in het onderwijs een mogelijkheid. Jongens en meisjes apart les geven volgens de manier die zorgt voor het beste resultaat. Autonomie en stimulering van eigen initiatief voor meisjes, structuur en kaders voor jongens. Dit zal moeten gebeuren aan de hand van resultaten op de bestaande vakken. Gezien de groei van het aantal vrouwen in de studies waarvoor exacte kennis vereist is, ligt dit waarschijnlijk in de exacte vakken. Op projectbasis en bij vakken waarbij nauwelijks sprake is van verschil dient er wel interactie te zijn tussen jongens en meisjes. Het staat namelijk buiten kijf dat dit contact voor zowel jongens als meisjes zorgt voor verrijking, groei en een versterking van zowel kennis als persoonlijkheid.

Het Nederlandse onderwijs is toe aan vernieuwing en verbetering, maar laten we daarbij niet voorbijgaan aan het oplossen van verschillen. Iedereen heeft het recht om in zijn kracht te worden gezet en het optimale uit de middelbare schooltijd te halen.

 

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *