Opinie: het gevaar dat technocratie heet

Ten tijde van Paars II was er felle kritiek te horen in Nederland: het land werd geregeerd door technocraten! Ook hoor je wel eens dat er weinig ideologie over is gebleven bij zowel de PvdA als de VVD. En bij het aantreden van het nieuwe kabinet kon men de kritieken van technocratie duidelijk weer horen. Het is ook niet niets, twee ideologieën die van oudsher tegenover elkaar staan, samen in één kabinet. Maar wat is technocratie überhaupt? En waarin schuilt het gevaar?

Een technocratie is een staat geregeerd door deskundigen, wetenschappers of andere experts. Mensen die weten hoe iets in elkaar steekt en daarom ook weten wat er moet gebeuren. Het idee hierachter is dat we kunnen weten hoe de samenleving werkt en op die ‘ware’ kennis ons beleid in moeten richten. Dit is vaak pragmatisch van aard: het doel is om iets beter en efficiënter te laten werken. Maar hier gaat het al mis! Zo is ten eerste die kennis vaak niet zo waar als deskundigen doen laten denken: ze spreken elkaar bijvoorbeeld tegen of hebben slecht onderzoek gedaan. Daarnaast kan iets alleen maar beter worden als er een idee bestaat over wat goed is. Zonder een idee over het ‘goed’ en ‘slecht’ ook geen visie op wat dan ‘beter’ is.

Een deskundige zal om iets beter te laten werken zijn eigen idee van goed werken aanhouden. De econoom is tevreden op het moment dat de economie als een geoliede machine loopt. Zouden de deskundigen op deze manier regeren, dan zou het land geregeerd worden met als reden de samenleving als een geoliede machine te laten lopen. Het risico is hierbij dat de ideologie vergeten wordt, het idee van wat een ‘goede samenleving’ is. De samenleving loopt dan misschien wel goed volgens de theorie van een geweldige econoom, maar niet volgens de waarden van de (dominante) ideologische stromingen. Als de PvdA en de VVD samen werken zou dat moeten zijn omdat ze beiden ervan overtuigd zijn dat hun ‘goed’ zo beter wordt nagestreefd, niet omdat het goed van deskundigen beter wordt nagestreefd. Het is best mogelijk dat beiden grote delen van hun ideologie kunnen verwezenlijken, maar het vermoeden bestaat dat ze samenwerken om efficiëntie en slagkracht na te streven in plaats van de eigen ideologie.

Naast dat technocratie dus schadelijk kan zijn vanuit ideologische overwegingen, is het ook schadelijk voor de democratie. Als de deskundige het zo goed weet, dan hoeft de leek, een burger, in principe niets meer te zeggen. Nu heeft de deskundige waarschijnlijk veel relevante informatie voor de problemen van de burger, maar heeft hij ook echt weet van de individuele situaties? Sterker nog, omdat elke situatie anders is en ongelofelijk complex, weet  geen enkele deskundige wat wanneer precies moet gebeuren voor individuele burgers. De leek moet daarom ook de politieke middelen krijgen om zelf voor een groot deel met zijn situatie om te kunnen gaan, waarbij de deskundigen extra gereedschap aanreiken om het probleem op te lossen. Op deze wijze ontstaat een meer gedemocratiseerd ontwerp, de leek raakt namelijk betrokken en heeft invloed op zijn bestaan.

Ter illustratie, Jan Modaal weet waarschijnlijk weinig over de economische crisis en hoe dit het beste opgelost kan worden. Het is ook  daarom wenselijk dat beleidsmakers hiermee aan de slag gaan, zolang ze natuurlijk rekenschap houden met de waarden die belangrijk zijn voor de burgers. Maar op het moment dat men denkt “de overheid die regelt het wel,” dan is Jan Modaal verlamd. Hij kan schijnbaar niets doen aan de crisis en laat het aan de regering over. En dat terwijl Jan Modaal wel iets kan doen. Er bestaan allerlei burgerinitiatieven waaraan bijgedragen kan worden, zoals met buurtbewoners collectief energie inkopen in een wijk of het oprichten van een voedselbank. Dit heeft als gevolg dat de burger niet alles over laat aan de technocraat, die voor iedereen moet beslissen wat te doen. In plaats daarvan laat de burger zijn waarden niet alleen maar representeren door middel van verkiezingen, maar ook door middel van zijn eigen initiatieven, waarmee hij zelf zijn ‘goed’ inbrengt in de samenleving. Hoe je dit als overheid kunt stimuleren is afhankelijk van de dominante ideologie.

Een technocratie staat dus niet bepaald gunstig tegenover ideologische overwegingen en representatie van de burger. Het is niet compleet te vermijden maar belangrijk is om in het achterhoofd te houden welk gevaar er in een technocratisch bestuur schuilt.

Wessel van Dommelen

Student filosofie aan de RUG

image sources

Een reactie

  1. Mooi stuk!
    Ik ben het volkomen met de auteur eens dat het idee van “verbeteren” door de politiek heel raar is. Als politici pretenderen iets beter te kunnen maken, waarom moeten we dan nog stemmen? Alsof er iemand voor een “slechter” Nederland is. De politiek is er juist om keuzes te maken die niet zwart of wit zijn. Die niet fout of goed zijn, maar een kwestie van smaak. Dat willen veel politici nog wel eens vergeten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.